maandag 16 februari 2015


 De avonturen van een uitleenboek 6 (Slot)

Soms hoor ik wel eens mensen praten, zat zij van herinneringen leven. Tot voor kort had ik nooit begrepen wat zij daarmee bedoelden. Nu ik zelf aan het terugdenken ben geslagen,over wat ik de afgelopen jaren allemaal als uitleenboek heb meegemaakt, heb ik zo’n vermoeden dat het waarschijnlijk  herinneringen zijn, waar ik de mensen dan over heb horen spreken. Maar dat ik nu ook van de herinneringen leef, dat kan ik nu ook weer niet zeggen, hoewel…? Ik denk  nog steeds met warme gevoelens terug aan mijn verblijf in het kleine en knusse huisje van Babette tijdens de afgelopen Kerst en jaarwisseling. Zij woonde in een mooie karakteristieke wijk, waar alle woningen op elkaar leken, wat de uiterlijke vormgeving betreft. Pas op tweede kerstdag kwam ik er achter dat zij Babette heette, en zij haar knusse huis alleen bewoonde. Nog zie ik die oude piano staan, waarachter zij s’ avonds prachtige melodieën speelde  terwijl ik, liggend op dat instrument, daarvan genood. Tussen het spelen door nestelde zij zich met mij, in haar geliefde stoel bij de zacht brandende houtkachel en genoot zichtbaar van alle wijsheden die in mij geschreven stonden. Overdag vulde de kamer zich met mooie kerstmuziek, afkomstig uit een moderne CD speler. Ik had mij geen mooiere feestdagen kunnen wensen, wat dat betreft. Wat een rust.. Geen verschrikkelijke TV beelden of luide muziek, geen gehaaste mensen en drukke visites. Tussen  kerst en oud en nieuw is er slechts een buurman uit de verderop gelegen straat bij Babette op bezoek geweest, die ook al zo prachtig op de oude piano kon spelen, terwijl Babette zat te genieten van zijn muzikale gaven. Tweemaal was het voorgekomen dat zij mij s’ avonds meenam naar haar kleine slaapkamer, waar ik een plaatsje kreeg op een uit grootmoeders tijd afkomstige nachtkastje.

Het was daarom wel even wennen gewees, toen Babette mij in de eerste week van het nieuwe jaar weer naar de bibliotheek terug bracht, en ik weer tussen al de andere boeken werd gezet, waar ik vervolgens meer dan een maand heb moeten verblijven, alvorens ik weer een weekje werd uitgeleend. Hoewel ik daar ook geen klagen over heb gehad, haalde het bij lange na niet, met het verblijf bij Babette. Op mijn laatste logeeradres werd ik gedurende hele dagen ter hand genomen door een jonge man, die blijkbaar mij nodig had voor zijn studie. Ik was blij dat ik na een weekje weer terug in de bieb was. Ik bleef liever in de bibliotheek, dan de hele dag van hot naar haar gesleept te worden. Eigenlijk heb ik het wel een beetje gehad met al dat gereis. Ik zou best wel voor altijd een vaste plaats bij iemand willen krijgen, waar ik mijn verdere ‘boekleven’ kon slijten.

Grote verhuizing.

Het was nog vroeg die ochtend. De bibliotheek was nog niet voor het publiek geopend. Een medewerkster kwam met een klein leeg karretje aangereden en stopte ter hoogte van mij. Met een briefje in de hand, speurde zij de verschillende boeken langs. Hier en daar werden boeken van hun plaats gehaald, en in het karretje gelegd. Ik volgde haar met nieuwsgierige blikken. Wat had dit te betekenen? Dit had ik in de afgelopen jaren nog niet eerder meegemaakt. Wat gebeurde er? Ook ik werd door de medewerkster van mijn plaats gehaald  en in het inmiddels halfvolle karretje gelegd. Vervolgens maakten wij  een reis langs andere boeken  waarvan  sommigen ook in het karretje werden gelegd. Puff, wat mij betreft hoefden er niet meer bij te komen. Ik lag bijna onderaan, terwijl er andere boeken op mij werden gelegd. Ik het toch wel een beetje benauwd.

 

Het piepende karretje hield stil bij een grote tafel, met daarop nog vele andere boeken, die ook al benauwd om zich heen keken. Mijn’ boekenbrein’ maakte overuren. Wat zou er met ons gaan gebeuren?  Zouden we gaan verhuizen, verkocht worden aan een handelaar, of nog erger bij het oud papier terecht komen? De koude rillingen liepen over mij heen, met het gevolg, dat de bladzijden begonnen te trillen.. Brrr, ik moest aan dit alles niet denken. Toen werd er nog een grotere tafel bij gezet, terwijl een andere medewerkster ons allemaal rangschikte op genre. Thrillers apart, romans apart. Waar zou ik terecht komen? Na een poosje werd ik op een inmiddels derde tafel gelegd, en zag veel literatuur en geesteswetenschappelijke boeken om mij heen liggen. Naast mij werd door een andere medewerkster een klein bordje geplaatst, met daarop de tekst:

‘Wegens sluiting van de Bibliotheek, Tweede hands Boeken Te Koop tegen aantrekkelijke prijs’.

Vertwijfeld vroeg ik mij af, wat hier allemaal gebeurde. Dat verschillende Bibliotheken  gesloten zouden worden, daar had ik wel eens iets over gehoord, maar dat deze bibliotheek gesloten zou gaan worden, nee, dat was niet in mij opgekomen. Nu maar afwachten op de dingen die gingen komen. Waar zou ik terecht komen? De kans was in ieder geval wat kleiner geworden, dat ik in handen van een handelaar zou komen, om vervolgens op een een of andere boekenmarkt in de openlucht te moeten liggen. Grrr, ik moest er niet aan denken zeg. Weten die handelslui dan niet, dat kou en vocht voor een boek funest is? Ik zag mezelf tijdens een regenachtige dag al liggen onder een dekzeiltje op de markt, brrr.

Inmiddels lag ik meer dan twee weken op de ‘Uitverkooptafel’, waar dagelijks massa’s mensen voorbij trokken, maar voor mij geen aandacht hadden. Ik was dat gekoekeloer meer dan zat. Zag ik het goed? Had ik die dame niet eerder gezien? Ze was nu anders gekleed, dat wel, maar toch zag ik herkenning. Yep, nu wist ik het weer. Het was Sofie, de dame waar ik mijn eerste uitleenavontuur  had beleefd, en daar hele fijne herinneringen aan overgehouden had. Ik zie haar s’ avonds nog zitten bij de open haard in haar donkerrode huispak, in de smaakvol ingerichte  woonkamer, met die prachtige boekenkast vol met wijsgerige boeken. Ook denk ik nog met genoegen terug aan haar slaapkamer met het fraaie hardhouten bed. Over herinneringen gesproken (…) Als dat nu eens zou mogen zijn,…dat zij mij opnieuw… en dan voor altijd….? Ze kwam dichterbij. Mijn oude ‘boekenhart’ ging heftig te keer en mijn bladzijden trilden van emotie. Ze stopte op de plaats waar ik lag, en liet haar mooie blauwe ogen over de tientallen boeken gaan, die waarschijnlijk ook in spanning op een nieuwe ‘baas’ lagen te wachten. Een in blauw glacé handschoen gestoken  hand pakte mij vast. Ik werd opnieuw, zoals de eerste keer, zowel van binnen als van buiten uitvoerig bekeken. Sofie wilde zich er natuurlijk van vergewissen, dat ik, ondanks mijn inmiddels gevorderde leeftijd er nog goed  uit zou zien? Ik kon mijn geluk niet op toen ik door haar in het mandje van de Bieb werd gelegd. Na mij zouden nog drie andere boeken volgen. Met ons vieren verdwenen wij vervolgens in een canvastas.

 

 

Reünie.  

Sofie woonde nog steeds op hetzelfde adres. In de woonkamer stond nog steeds de prachtige boekenkast, waarin ik inmiddels een plaatsje had gekregen. Ik stond naast een van de boeken van de bekende filosofe en schrijfster Connie Palmen. Met dat boek had ik inmiddels kennis gemaakt en reeds aangenaam gesprekken gevoerd. ‘Een boek is het meest eigenaardige ding dat ik ken’ had de schrijfster in het boek gezegd. ‘Het is een ding, dat je kunt vastpakken, op de tafel leggen, in je boekenkast kunt zetten, waarmee je naar eigen goeddunken kunt doen wat je wilt, maar een boek krijgt een onaantastbaar, zeg maar, geestelijk bestaan, nadat het ook daadwerkelijk gelezen is’. had het boek eraan toegevoegd. Over dat citaat heb ik nog  lang na liggen denken. Wat een waarheid. Zo was het precies. Het was op een vrijdagavond, toen de voordeur bel klonk. Ik had gezien dat Sofie reeds geruime tijd in de keuken bezig was geweest. Blijkbaar zou zij visite ontvangen, waar ik eigenlijk niet zo blij mee was. Al die drukte,al dat geklets door elkaar heen. Zonder er veel aandacht aan te besteden, zag ik dat de eerste gasten gearriveerd waren. Zag ik dat goed? Die man en vrouw kende ik ergens van? Ja, nu wist ik het weer. Het was Babette, waar ik afgelopen kerst en oud en nieuw was geweest, samen met haar buurman, die ik daar ook ontmoet had. In tegenstelling tot hetgeen wat ik had gevreesd van visites, namelijk met veel geklets en vreselijke muziek, werd dit een zeer aangename avond, met zachte muziek, afgewisseld met een aangenaam pianospel door de buurman van Babette, Frank geheten. Bovendien werden er diepgaande gesprekken over allerlei belangrijke maatschappelijke, filosofische en literaire thema’s gevoerd. Had Connie Palmen in een van haar boeken niet geschreven: ‘Lezers maken van de boeken hun eigen boeken, dat is een wet. Ieder boek is ertoe voorbestemd om, tot op zekere hoogte onteigend te worden. Soms kom je op het spoor van hoe dat in zijn werk gaat, vang je een glimp op, van de gedachte van de lezer, van zijn of haar associaties en van de plek waar een boek beland is, tussen welke andere boeken in zo’n hoofd het zich heeft moeten wringen’. Met dit mooie citaat kon ik mij nu voor altijd neergeven, na een bewogen maar rijk uitleenleven.(SLOT)