zaterdag 30 mei 2015

Twee oren


Twee oren

de telefoon gaat  de klok slaat zes

buiten is de wereld klein, de mist heel dicht

ik ril nog een beetje en denk aan mijn net verlaten

maar vooral warme bed

zonder blauw en geluid

baant de ambulance  zich door het dichte grijs

we stoppen, de bomen zijn gesloten

de  trein doemt op uit de mist

twee mannen in het blauw wijzen naar recht

meters lijken mijlen mijn hart klopt snel

mijn vingers  klemmen om de baar

de  knokkels van mijn vingers doen pijn

 de kiezels knarsen onder mijn voeten

de man in blauw houdt stil

hij wijst naar links

twee dode ogen staren mij aan de rest ontbreekt

Ik kijk om en zie voor de trein twee benen en een romp

 ik spreid mijn benen

mijn bevende handen pakken  twee oren

het hoofd is zwaar

zonder emotie volgt de rest

in ziekenhuis spoel ik de rode vegen gedachteloos weg.

 

Hielke Houtsma

Het hoekhuis


Het Hoekhuis

de ochtend was nog jong en stil

straten lagen er nog verlaten bij

de telefoon maakte een einde aan de rust

het was amper vijf minuten rijden

de motor zoemde zacht

in het wit gestoken staarde ik vol met gedachten naar buiten

het huis stond op de hoek

de in blauw gestoken mannen knikten bedroefd

een hoofdknik gericht op de open deur

ik mocht eerst, ik was groot

de trap was stijl en gebogen

aan de leuning  kleefde bloed

daar lag zij naast haar bed gemept

haar hoofd onherkenbaar verminkt

het bloemetjes behang met rode vegen besmuikt

het laken  gespreid,  de riemen vast

de trap was steiler dan ik had gedacht

de straat was stil, een klep valt dicht

de motor zoemt, het hoekhuis verdwijnt

ik kijk naar buiten,  en zie niet het bloed op mijn wit

 

Hielke Houtsma

maandag 16 februari 2015


 De avonturen van een uitleenboek 6 (Slot)

Soms hoor ik wel eens mensen praten, zat zij van herinneringen leven. Tot voor kort had ik nooit begrepen wat zij daarmee bedoelden. Nu ik zelf aan het terugdenken ben geslagen,over wat ik de afgelopen jaren allemaal als uitleenboek heb meegemaakt, heb ik zo’n vermoeden dat het waarschijnlijk  herinneringen zijn, waar ik de mensen dan over heb horen spreken. Maar dat ik nu ook van de herinneringen leef, dat kan ik nu ook weer niet zeggen, hoewel…? Ik denk  nog steeds met warme gevoelens terug aan mijn verblijf in het kleine en knusse huisje van Babette tijdens de afgelopen Kerst en jaarwisseling. Zij woonde in een mooie karakteristieke wijk, waar alle woningen op elkaar leken, wat de uiterlijke vormgeving betreft. Pas op tweede kerstdag kwam ik er achter dat zij Babette heette, en zij haar knusse huis alleen bewoonde. Nog zie ik die oude piano staan, waarachter zij s’ avonds prachtige melodieën speelde  terwijl ik, liggend op dat instrument, daarvan genood. Tussen het spelen door nestelde zij zich met mij, in haar geliefde stoel bij de zacht brandende houtkachel en genoot zichtbaar van alle wijsheden die in mij geschreven stonden. Overdag vulde de kamer zich met mooie kerstmuziek, afkomstig uit een moderne CD speler. Ik had mij geen mooiere feestdagen kunnen wensen, wat dat betreft. Wat een rust.. Geen verschrikkelijke TV beelden of luide muziek, geen gehaaste mensen en drukke visites. Tussen  kerst en oud en nieuw is er slechts een buurman uit de verderop gelegen straat bij Babette op bezoek geweest, die ook al zo prachtig op de oude piano kon spelen, terwijl Babette zat te genieten van zijn muzikale gaven. Tweemaal was het voorgekomen dat zij mij s’ avonds meenam naar haar kleine slaapkamer, waar ik een plaatsje kreeg op een uit grootmoeders tijd afkomstige nachtkastje.

Het was daarom wel even wennen gewees, toen Babette mij in de eerste week van het nieuwe jaar weer naar de bibliotheek terug bracht, en ik weer tussen al de andere boeken werd gezet, waar ik vervolgens meer dan een maand heb moeten verblijven, alvorens ik weer een weekje werd uitgeleend. Hoewel ik daar ook geen klagen over heb gehad, haalde het bij lange na niet, met het verblijf bij Babette. Op mijn laatste logeeradres werd ik gedurende hele dagen ter hand genomen door een jonge man, die blijkbaar mij nodig had voor zijn studie. Ik was blij dat ik na een weekje weer terug in de bieb was. Ik bleef liever in de bibliotheek, dan de hele dag van hot naar haar gesleept te worden. Eigenlijk heb ik het wel een beetje gehad met al dat gereis. Ik zou best wel voor altijd een vaste plaats bij iemand willen krijgen, waar ik mijn verdere ‘boekleven’ kon slijten.

Grote verhuizing.

Het was nog vroeg die ochtend. De bibliotheek was nog niet voor het publiek geopend. Een medewerkster kwam met een klein leeg karretje aangereden en stopte ter hoogte van mij. Met een briefje in de hand, speurde zij de verschillende boeken langs. Hier en daar werden boeken van hun plaats gehaald, en in het karretje gelegd. Ik volgde haar met nieuwsgierige blikken. Wat had dit te betekenen? Dit had ik in de afgelopen jaren nog niet eerder meegemaakt. Wat gebeurde er? Ook ik werd door de medewerkster van mijn plaats gehaald  en in het inmiddels halfvolle karretje gelegd. Vervolgens maakten wij  een reis langs andere boeken  waarvan  sommigen ook in het karretje werden gelegd. Puff, wat mij betreft hoefden er niet meer bij te komen. Ik lag bijna onderaan, terwijl er andere boeken op mij werden gelegd. Ik het toch wel een beetje benauwd.

 

Het piepende karretje hield stil bij een grote tafel, met daarop nog vele andere boeken, die ook al benauwd om zich heen keken. Mijn’ boekenbrein’ maakte overuren. Wat zou er met ons gaan gebeuren?  Zouden we gaan verhuizen, verkocht worden aan een handelaar, of nog erger bij het oud papier terecht komen? De koude rillingen liepen over mij heen, met het gevolg, dat de bladzijden begonnen te trillen.. Brrr, ik moest aan dit alles niet denken. Toen werd er nog een grotere tafel bij gezet, terwijl een andere medewerkster ons allemaal rangschikte op genre. Thrillers apart, romans apart. Waar zou ik terecht komen? Na een poosje werd ik op een inmiddels derde tafel gelegd, en zag veel literatuur en geesteswetenschappelijke boeken om mij heen liggen. Naast mij werd door een andere medewerkster een klein bordje geplaatst, met daarop de tekst:

‘Wegens sluiting van de Bibliotheek, Tweede hands Boeken Te Koop tegen aantrekkelijke prijs’.

Vertwijfeld vroeg ik mij af, wat hier allemaal gebeurde. Dat verschillende Bibliotheken  gesloten zouden worden, daar had ik wel eens iets over gehoord, maar dat deze bibliotheek gesloten zou gaan worden, nee, dat was niet in mij opgekomen. Nu maar afwachten op de dingen die gingen komen. Waar zou ik terecht komen? De kans was in ieder geval wat kleiner geworden, dat ik in handen van een handelaar zou komen, om vervolgens op een een of andere boekenmarkt in de openlucht te moeten liggen. Grrr, ik moest er niet aan denken zeg. Weten die handelslui dan niet, dat kou en vocht voor een boek funest is? Ik zag mezelf tijdens een regenachtige dag al liggen onder een dekzeiltje op de markt, brrr.

Inmiddels lag ik meer dan twee weken op de ‘Uitverkooptafel’, waar dagelijks massa’s mensen voorbij trokken, maar voor mij geen aandacht hadden. Ik was dat gekoekeloer meer dan zat. Zag ik het goed? Had ik die dame niet eerder gezien? Ze was nu anders gekleed, dat wel, maar toch zag ik herkenning. Yep, nu wist ik het weer. Het was Sofie, de dame waar ik mijn eerste uitleenavontuur  had beleefd, en daar hele fijne herinneringen aan overgehouden had. Ik zie haar s’ avonds nog zitten bij de open haard in haar donkerrode huispak, in de smaakvol ingerichte  woonkamer, met die prachtige boekenkast vol met wijsgerige boeken. Ook denk ik nog met genoegen terug aan haar slaapkamer met het fraaie hardhouten bed. Over herinneringen gesproken (…) Als dat nu eens zou mogen zijn,…dat zij mij opnieuw… en dan voor altijd….? Ze kwam dichterbij. Mijn oude ‘boekenhart’ ging heftig te keer en mijn bladzijden trilden van emotie. Ze stopte op de plaats waar ik lag, en liet haar mooie blauwe ogen over de tientallen boeken gaan, die waarschijnlijk ook in spanning op een nieuwe ‘baas’ lagen te wachten. Een in blauw glacé handschoen gestoken  hand pakte mij vast. Ik werd opnieuw, zoals de eerste keer, zowel van binnen als van buiten uitvoerig bekeken. Sofie wilde zich er natuurlijk van vergewissen, dat ik, ondanks mijn inmiddels gevorderde leeftijd er nog goed  uit zou zien? Ik kon mijn geluk niet op toen ik door haar in het mandje van de Bieb werd gelegd. Na mij zouden nog drie andere boeken volgen. Met ons vieren verdwenen wij vervolgens in een canvastas.

 

 

Reünie.  

Sofie woonde nog steeds op hetzelfde adres. In de woonkamer stond nog steeds de prachtige boekenkast, waarin ik inmiddels een plaatsje had gekregen. Ik stond naast een van de boeken van de bekende filosofe en schrijfster Connie Palmen. Met dat boek had ik inmiddels kennis gemaakt en reeds aangenaam gesprekken gevoerd. ‘Een boek is het meest eigenaardige ding dat ik ken’ had de schrijfster in het boek gezegd. ‘Het is een ding, dat je kunt vastpakken, op de tafel leggen, in je boekenkast kunt zetten, waarmee je naar eigen goeddunken kunt doen wat je wilt, maar een boek krijgt een onaantastbaar, zeg maar, geestelijk bestaan, nadat het ook daadwerkelijk gelezen is’. had het boek eraan toegevoegd. Over dat citaat heb ik nog  lang na liggen denken. Wat een waarheid. Zo was het precies. Het was op een vrijdagavond, toen de voordeur bel klonk. Ik had gezien dat Sofie reeds geruime tijd in de keuken bezig was geweest. Blijkbaar zou zij visite ontvangen, waar ik eigenlijk niet zo blij mee was. Al die drukte,al dat geklets door elkaar heen. Zonder er veel aandacht aan te besteden, zag ik dat de eerste gasten gearriveerd waren. Zag ik dat goed? Die man en vrouw kende ik ergens van? Ja, nu wist ik het weer. Het was Babette, waar ik afgelopen kerst en oud en nieuw was geweest, samen met haar buurman, die ik daar ook ontmoet had. In tegenstelling tot hetgeen wat ik had gevreesd van visites, namelijk met veel geklets en vreselijke muziek, werd dit een zeer aangename avond, met zachte muziek, afgewisseld met een aangenaam pianospel door de buurman van Babette, Frank geheten. Bovendien werden er diepgaande gesprekken over allerlei belangrijke maatschappelijke, filosofische en literaire thema’s gevoerd. Had Connie Palmen in een van haar boeken niet geschreven: ‘Lezers maken van de boeken hun eigen boeken, dat is een wet. Ieder boek is ertoe voorbestemd om, tot op zekere hoogte onteigend te worden. Soms kom je op het spoor van hoe dat in zijn werk gaat, vang je een glimp op, van de gedachte van de lezer, van zijn of haar associaties en van de plek waar een boek beland is, tussen welke andere boeken in zo’n hoofd het zich heeft moeten wringen’. Met dit mooie citaat kon ik mij nu voor altijd neergeven, na een bewogen maar rijk uitleenleven.(SLOT)

donderdag 29 januari 2015

Avonturen van een uitleenboek Deel 5


 

 Avonturen van een uitleenboek. Deel 5. 

Vervolg vakantieperikelen.

Overdag hadden wij, de drie romans en ik, het rijk alleen in het fraaie vakantiehuis in de Achterhoek. Ik bofte dat ik op de grote tafel bij het raam lag. Vanuit mijn positie gezien, had ik een prachtig uitzicht op een weelderig aangelegd vennetje  met daarlangs een wandelpaadje  van kleine kiezelsteentjes. Blijkbaar was het vakantiehuis iets bijzonders. Regelmatig stonden er  mensen tijdens hun wandeling  even stil om het vakantiehuis te bewonderen. Soms werden er zelfs  foto’s van gemaakt. De excentrieke man, zijn vrouw en hun blonde zoontje, gingen  s’ ochtends na een uitgebreid ontbijt  wandelend  dan wel met de fiets erop uit. De avond vooraf stippelden zij vaak een natuur, maar soms ook een culturele route uit, maar s’ avonds na het avondeten krijgen wij volop aandacht. De vrouw, Siska geheten, gestoken in een fraai uitziend  beige huispak afgezet met donkerbruine biezen, nestelt  zich dan vaak met een van de romans op de mooie driezitsbank in de hoek van de woonkamer bij het raam.

Haar excentrieke echtgenoot, Jochem, had blijkbaar niet zoveel met mooie kleding. Gekleed in een bleke spijkerbroek en slobbertrui, met aan zijn voeten tot de draad versleten pantoffels, nam na de afwas plaats  aan de grote tafel bij het andere raam met uitzicht op de driezitsbank waar zijn lief zat. Jochem was meer een man van de verdieping  zo bleek mij al snel. Zijn gebruinde handen pakten mij dan vast, en las aandachtig wat er in mij was te lezen viel. Soms maakte hij  aantekeningen in een morzeling schrift  wat naast hem op de tafel lag. Tijdens het lezen spraken Jochem en Siska  weinig met elkaar. Alleen tijdens het theedrinken wisselden zij enkele woorden met elkaar. Af en toe probeerde  Jochem  bepaalde passages uit mij met haar te delen. Maar uit de reactie van haar kreeg ik de indruk, dat zij blijkbaar niet zoveel met filosofie had. Wat moest je nu met begrippen ‘Tijd en Denken’ had Siska zich luidop afgevraagd. Tijd heeft  toch alleen maar met de klok te maken en voor meerdere soorten tijd had zij blijkbaar geen belangstelling, terwijl die ander soorten van tijd nu juist zo belangrijk zijn om het leven tot een aangenaam gebeuren te laten zijn volgens Jochem, die zijn geliefde ook al niet wist te interesseren voor de fenomenen denken, waarnemen en ervaring als bron van alle kennis. Toen Jochem een laatste poging ondernam om zijn geliefde  te attenderen op het onlangs verschenen en  zeer interessante verschenen boek ‘Kairos’ van de bekende filosofe en schrijfster Joke Hermsen liet Siska hem fijntjes weten meer belangstelling voor romans  te hebben, waarna Jochem zich weer over zijn gemaakte aantekeningen boog. Het was avonds vaak tegen twaalven, eer de beide echtlieden naar bed toe gingen, maar niet nadat de vrouw bijna een fles rode wijn soldaat had gemaakt, terwijl haar excentrieke echtgenoot zich aan een aantal jonge jenevertjes tegoed had gedaan.

Het kleine blondje jongetje was blijkbaar geen lezer maar meer een knutselaar. Hij bouwde tijdens de avonden aan  hele installaties van Meccano op de vloer voor de open haard en verdween steevast om klokslag negen uur naar  bed. Nee wat de vakantie betreft had ik geen klagen gehad. Na ruim drie weken werd ik na hun terugkomst door Siska naar de Bibliotheek terug gebracht waar ik in alle rust  kon nagenieten van een prachtige vakantie in de Achterhoek.

 

Kerst

Nu, aan het einde van het jaar, met de Kerst in het vooruitzicht  vraag ik mij af of ik tijdens de feestdagen te midden van al die andere boeken  in een donkere en verlaten bibliotheek zou blijven of…toch nog uit logeren zou gaan? De  kalendertijd begon  te dringen. Vandaag was het bijzonder stil in de bieb geweest. Af en schuifelden wat mensen langs de boeken. Het waren met name de thrillers en romans die  belangstelling kregen. “Wie wilde mij, als diepzinnig en filosofisch georiënteerde boek,  tijdens de Kerstdagen nu hebben”? Net toen ik die negatieve gedachte had ontwikkeld stond ze daar. Het was nog een meisje, althans zo oogde zij. De jonge vrouw was gekleed in een donkerblauwe winterjas. Ze had een weelderig bos blond haar, gevlochten in een prachtige staart hangend over de  kraag van haar jas met over haar linker schouder een fraai uitziende leren schoudertas die nog na ‘nieuw’ rook. Haar fraai gevormde slanke handen pakte mij voorzichtig van mijn plaats en nam geen moeite om de inhoud op mijn achterkaft te lezen. Ik verdween onder haar linker  arm en werd via de uitcheck balie van de bieb naar buiten gevoerd. Na een korte wandeling kwam ik in een kleine woning terecht. In de hoek van de eenvoudige  maar gezellige ingerichte woonkamer stond een oude piano, die qua uiterlijk  zijn beste tijd wel had gehad. Met de jas nog aan, legde de jonge vrouw mij op de hoek van de piano. Toen zag ik in de andere hoek, dicht bij het raam een fraai opgetuigde kerstboom staan die zelfs een dennengeur verspreidde. Vier uit grootmoeders tijd afkomstige stoelen met in de midden een antieken tafel vulden de  knusse woonkamer. Voor de kleine ramen hingen mooie velours gordijnen. Een houtkachel deed zijn best om voor de nodige warmte te zorgen.

Vanuit mijn plaats op de oude piano had ik zicht op een gedeelte van de smalle straat. Had ik  wat liggen suffen?  Ik schrok min of meer wakker van het geluid wat uit de piano klonk. Toen zag ik  de jonge vrouw weer. Ze zat op een klein, met stof bekleed krukje, terwijl haar  vingers over de toetsen zweefden. Een zacht en dromerige melodie deed mij opnieuw bijna indutten. Tot diep in de nacht vulde de zachte pianomuziek de kleine woonkamer met de inmiddels geheel gesloten velours gordijnen. Naast mij, op het uiterste puntje van de piano  stond een half vol glas rode wijn. De volgende dag werd ik, nog steeds op de oude piano liggend, wakker en zag nog net  dat de jonge vrouw  opnieuw gekleed in haar mooie donkerblauwe winterjas, de kleine woning verliet. Zo te zien aan twee grote boodschaptassen, op weg naar de winkel om kerstinkopen te doen. Vrolijk priemden de vroege zonnestralen door de kleine ramen van de woonkamer  waardoor ik op mijn gemak eens wat rond kon kijken. Nu zag ik ook de kleine maar vooral klassiek  uitziende boekenkast bij de deur, gevuld met boeken over muziek, literatuur en reizen. Zelfs ontdekte ik filosofische werken. Buiten zag ik mensen voorbij lopen die soms stilstonden om een praatje met elkaar te maken. De woningen in de straat leken allemaal op elkaar en ademden een sfeer van nostalgie uit.  Wordt vervolgd.

woensdag 28 januari 2015

De avonturen van een uitleenboek 4


 
Vakantieperikelen.

Het is inmiddels  bijna twee maanden geleden, dat Sofie mij terug bracht naar de bibliotheek. Het was toch wel even wennen hoor. Uiteindelijk was het mijn eerste ervaring als uitleenboek. Het was een zeer aangename ervaring  die mij altijd bij zal blijven. Na ongeveer twee weken tussen mijn mede ‘biebvrienden’ te hebben gestaan, heb ik nog twee weken in een studentenhuis gelogeerd. Best wel leuk moet ik zeggen. Wel druk natuurlijk  tussen  vier studenten, bestaande uit  twee meisjes en twee jongens. In tegenstelling tot mijn verblijf bij Sofie, waar ik nog steeds met warme gevoelens aan terug denk, verhuisde ik tijdens mijn verblijf bij de studenten soms wel vier keer per dag van plaats. Soms verdween ik onder de bank  en het volgende ogenblik lag ik weer op een keukentafel tussen allerlei halflege pizzadozen. Aan belangstelling had ik geen gebrek. De vier studenten gaven mij ruimschoots aandacht door mij te ‘verslinden’. Ook maakte ik ruimschoots kennis met andere aanwezige boeken  waarvan ik de wiskundige ‘vrienden’ het ingewikkelds heb gevonden. Van hun abstracte manier van communiceren werd ik soms wel heel erg moe. Het meest interessante boek waarmee ik gesproken heb, was een geschiedenisboek over de filosofie. Na zijn verhalen mocht ik graag luisteren. Soms voelde ik mij een beetje ‘dom’. Over de inhoud van mij werd door de studenten niet zoveel gesproken. Ik kreeg de indruk, dat ik voor hen  ‘verplichte’ stof was. Ik liet het maar wat over mij heenkomen  en genoot van de vrolijke sfeer  in het grote en vooral oude huis. Bijna iedere nacht had ik een andere slaapplaats .Tweemaal heb ik onder een bed van een van de meisje gelegen wat  ik niet erg prettig vond  met al dat stoffige beddengoed boven mij. Kortom  het waren lange dagen en hele korte nachten tussen de meestal feestvierende studenten. Vaak kwamen er dan studenten uit andere delen van de stad  om vervolgens tot diep in de nacht met elkaar te praten en vooral te drinken.

Wat dat betreft was ik  blij  dat ik na die twee weken tussen de studenten te hebben gebivakkeerd weer uit kon rusten in de voor mij vertrouwde bieb. Eenmaal  daar terug te zijn gekeerd, ontdekte ik links en rechts van mij veel lege plaatsen. Het was inmiddels vakantietijd. Dat verklaarde de lege plaatsen om mij heen. Tijdens een vakantie vindt de mens blijkbaar nog tijd om te lezen. Ik geef eerlijk toe dat vakantie  niet mijn ding zo is. Ik hoef niet zo nodig met vakantie. Hoewel ik daar geen ervaring mee heb, althans tot voor kort niet, had ik  inmiddels wel verhalen van andere boeken gehoord, die niet bepaald positief waren. Brrr, ik moet er niet aan denken om meegenomen te worden naar een ver, vreemd en meestal warm land zoals bijvoorbeeld Spanje  om dan vervolgens de hele dag in de brandende zon op het strand te moeten liggen. Dat de mensen er niet bij nadenken dat het voor een boek slecht is om in de hete zon te liggen.  Weten die lui dan niet  dat het slecht voor de lijm is, en dat uitdrogen  het grootste gevaar voor een boek is? Bijna net zo erg als vocht. Tevens heb ik onlangs van een roman nog een verhaal gehoord die een lange vliegreis had gemaakt. De roman was, samen met een Thriller en een Detective, in een grote en harde koffer gepropt te midden van hand en theedoeken, mannen en dames ondergoed, maar ook tussen allerlei toiletartikelen  zoals aftershaves en au de toilet  met de meest vreselijke geuren. Na al dat ‘propwerk’ was het deksel van de koffer hardhandig gesloten  en hadden ze inclusief de vliegreis meer dan een halve dag in het stikdonker tussen alle kleding etc. ingeklemd gelegen.

Gedurende  het verblijf in die donkere maar vooral benauwde koffer  hadden de Thriller en Detective enge verhalen liggen te vertellen  waar de roman niet vrolijker maar wel angstiger van was geworden. Voordat de koffer met de boeken na een grondige controle op het vliegveld in de bagageruimte van het vliegtuig waren gekwakt, hadden ze al een misselijkmakende  autorit naar het vliegveld achter de rug. Na aankomst op de vakantiebestemming was de Roman samen met de beide andere boeken, uit de inmiddels naar toiletartikelen stinkende koffer gehaald  om vervolgens op de grond naast openstaande deuren te zijn gesmeten. De Roman had verteld  wel twee dagen nodig te hebben gehad, om een beetje bij te komen. Nee, ik hoef niet zo nodig met vakantie naar een ver en warm land. Grrr, ik moet er niet aan denken. Wat dat betreft heb ik het blijkbaar weer getroffen, wat de vakantie betreft.

Het is inmiddels een maand geleden  toen ik wat stond te suffen. Ik had niet gemerkt dat er een zeer excentriek uitziende man bij mij was gestopt. Voordat hij mij uit de stelling pakte  zag ik nog net  dat hij een klein blondje jongetje bij zich had. Nadat de  man mijn achterkaft had gelezen  verdween ik heel voorzichtig in een grote canvas boodschappentas. Tevens zag ik dat er meerdere boeken in lagen. Door het duister kon ik niet zien tot welke soort zij behoorden, maar ach dat zou ik later nog wel ontdekken. Bij de man en zijn gezin thuis aangekomen, kwam ik samen met drie andere uitleenboeken op een bed in de logeerkamer te liggen. Om mij heen lag allerlei beddengoed, toiletartikelen, kleding etc. Op dat moment moest ik even terugdenken aan het verhaal wat de Roman mij had verteld. De volgende dag werd al het beddengoed, kleding etc. in een grote koffer gedaan. Alleen wij, als boeken, kwamen in een soort draagnet terecht. Hierdoor konden we om ons heen kijken wat er gebeurde  en bleef het lekker licht om ons heen. Inmiddels  had ik gezien dat mijn mede passagiers alle drie Romans waren. Na een autorit van ongeveer twee uur, kwamen wij op een vakantiepark aan  wat tussen grote bomen verscholen lag. In alle rust en zonder enige vorm van stress werd de auto vervolgens uitgepakt. Terwijl de drie Romans op een tafeltje naast een mooie driezitsbank kwamen te liggen, werd ik door de excentriek uitziende man op de grote tafel bij het raam neergelegd. Wordt vervolgd.

zaterdag 24 januari 2015

De avonturen van een uitleenboek 3


De avonturen van een uitleenboek (3)

Bijna drie weken voorbij.

Het begint bij mij nu wel een beetje te kriebelen hoor. De drie weken van de uitleenperiode voor  Sofie zijn bijna voorbij. De vorige keer vertelde ik  dat ik graag in de warme en sfeervolle woonkamer van Sofie had willen blijven, niet ver van die prachtige boekenwand vandaan. Mijn wens is uitgekomen, want kort nadat ik daarover had verteld, ben ik niet meer op de slaapkamer van Sofie terug geweest. Op een ochtend heeft zij me mee naar beneden genomen  en vervolgens heb ik  zelfs een mooi plaatsje in de weelderige boekenkast gekregen  te midden van al die mooie boeken. Ik had nu overdag, tijdens de afwezigheid van Sofie, mooi de gelegenheid om eens wat rond te kijken en hier en daar een praatje met de andere boeken te maken. Inmiddels ben ik voorzien van wel tien blaadjes tussen mijn bladzijden.

Gisteravond legde Sofie na haar thuiskomst, nog voordat zij de keuken in ging  om eten te gaan koken, mij op een de grote tafel in de woonkamer neer, recht tegenover de prachtige boekenwand, waar ik de laatste tijd had gelegen. Ik vroeg mij af  wat daar de bedoeling van zou zijn? In plaats van op het inmiddels bekende krukje naast haar stoel gelegd te worden, was ik nu op de tafel terechtgekomen, met naast mij een groot schrijfblok  waarin zo te zien  heel wat aantekeningen  waren gemaakt. Ik kon niet goed zien wat er geschreven stond, maar wat ik wel zag was dat het om ‘Tijd’ en ‘Denken’ ging. De avond verliep dus  in tegenstelling tot  voorgaande dagen anders. Keer op keer werd ik door Sofie doorgebladerd en las zij aandachtig verschillende gedeelten, wat  zij afwisselde met het maken van aantekeningen. Rond tien uur verdween Sofie voor korte tijd naar boven en kwam even later gekleed in haar fraaie huispak,weer naar beneden om verder te gaan. Inmiddels was zij bezig met een nieuw hoofdstuk. Aan het begin van de avond was ik een beetje benauwd geweest  dat Sofie met een potlood of nog erger met pen in mij zou gaan schrijven. Ik had namelijk een poosje geleden van een ander boek uit de bieb gehoord  dat er in hem geschreven was  met het gevolg, dat hij wel een week in de werkplaats  had gelegen  om al het geschrevene weer te laten verwijderen. Wat zijn mensen soms toch vreemde wezens. Weer moest ik aan de bekende filosoof Emanuel Kant denken. “Wat is de mens”, vroeg Kant zich destijds af. Tja, goeie vraag, wat is de mens eigenlijk?  In ieder geval iemand die ‘niets kan weten, volgens  de oude Griekse filosoof Socrates.

Inmiddels ben ik er ook achtergekomen dat ‘Tijd en Denken Voorbij’  te maken heeft met het feit dat veel mensen tegenwoordig geen tijd meer hebben om echt na te denken, of liever gezegd, geen tijd meer nemen om dat te doen. Alles moet tegenwoordig vlug en gehaast. Tijd om eens lekker te luieren schijnen  mensen niet meer te hebben. Nee, dan Sofie. Ik merk gewoon aan haar hele doen en laten dat zij wel de tijd neemt. Om in plaats van s’ avonds naar de TV  kijken, schenkt zij alle aandacht aan mij. Nu ik het toch over de TV heb, wat een herrie geeft dat apparaat zeg, vreselijk. Al die flitsende beelden, het geschreeuw van mensen  en die luide muziek. Sofie had vorige week blijkbaar haar TV avond, terwijl ik naast haar op ‘mijn vertrouwde krukje’ lag. Zij had eens moeten weten, hoe afschuwelijk  ik het die avond heb gevonden.  Ik werd er gewoon onrustig van. Tegen middernacht werd die domme TV pas uitgedrukt.

 

En toen was er voor mij natuurlijk geen aandacht meer. Gelukkig mocht ik in de woonkamer blijven liggen, dat was wel fijn. Ik heb wel uren nodig gehad, om tot mezelf te komen, en om al die afschuwelijke beelden van het TV scherm kwijt te raken. Volgens mij was de nacht inmiddels halverwege toen ik eindelijk wat kon slapen. Wat een geluk  dat het bij die ene avond is gebleven. Moet er niet aan denken  dat ik het weer mee zou moeten maken, hoewel…… Stel dat ik na terugkeer in de bieb weer eens uitgeleend zou worden  en bij iemand terecht zou komen die iedere avond op de bank voor de TV zou ‘hangen’. Dat zou pas erg zijn hoor. Waarom lenen zulke mensen dan in de vredesnaam boeken, als ze toch maar wat voor de TV zitten te koekeloeren?  Aan de andere heb ik zo’n vermoeden, dat het wel wat mee zal vallen. Zou ik een thriller of een roman zijn geweest, dan was de kans vele malen groter dat ik hele avonden in de nabijheid van een ingeschakelde TV zou moeten verblijven. De lezers van boeken zoals ik  houden er meestal  toch een wat  inhoudelijk en diepzinnige levensstijl erop na.

Had ik trouwens al verteld, dat Sofie s’ avonds tijdens het lezen en werken   prachtige klassieke muziek beluistert?  Een genot om naar te luisteren hoor. Hoewel ik van muziek geen verstand heb, heb ik uit een telefoongesprek tussen Sofie en haar vriendin begrepen  dat zij graag naar ‘Bach’ luistert. Hoe het ook zij, de muziek die Sofie s’ avonds beluistert  is heel rustgevend.

De avonturen van een uitleenboek 2


De avonturen van een uitleenboek  (2)

Inmiddels waren er twee weken verstreken. Hoewel er wel enkele nieuwsgierige mensen voorbij waren gekomen, was er tot nu toe niemand  die belangstelling voor mij had getoond. Ach, ik beschouwde deze stilte maar als een welverdiende rust na al dat gereis van het ene naar het andere magazijn afgelopen tijd. Ik had uiteindelijk sinds het moment dat ik van de pers was gerold ook nog geen echte ‘vakantie’ gehad.

Toen voor mij het moment  aangebroken was dat ik inmiddels meer dan drie weken ’uitleen loos’ in de boekenstelling van de Bibliotheek had gestaan en ik aan mezelf was gaan twijfelen of ik hier ooit weer vandaan zou komen, bleef tot mijn blijde verrassing iemand ter hoogte van mij staan. Zo te zien was het een dame die, na enig heen en weer geloop, mij met haar slanke handen vastpakte en me van mijn plaats trok. Haar handen voelden warm aan toen ik omgekeerd werd, terwijl zij de tekst op de achterflap  las. Zou het dan toch echt gebeuren? Mijn beide kaften werden van elkaar gehaald, en de vrouw bladerde met een aandachtige blik door mij heen, wat bij mij een aangename siddering teweeg bracht. Nadat ik nogmaals door haar van alle zijden bekeken was, nam ze mij zowaar onder haar arm mee, op weg naar de uitleenbalie. Mijn dag kon niet meer stuk! Na het benodigde stempel te hebben ontvangen, werd ik liefdevol in een mooie, lederen schoudertas gestopt. Ik had het rijk alleen, aangezien er verder niets in de tas zat. Mijn ‘boekenhart’ begon sneller te kloppen. Waar zou ik nu terecht komen? Wie was deze vrouw en waar woonde zij?

Hoe lang zou ik bij haar mogen blijven? Opnieuw moest ik aan de woorden van de filosoof Emanuel  Kant denken, die zich destijds afvroeg: ‘Wat kan ik doen’? Nou, ik in ieder geval niks op dit moment. Ik moest maar afwachten, hetgeen niet zonder spanning  ging. Nadat de  vrouw de bibliotheek had verlaten, volgde er een korte wandeling naar een groot plein, waar haar auto geparkeerd stond. Voorzichtig legde zij de schoudertas met mij erin naast zich op de stoel in de auto. Voor mijn gevoel volgde een lange autorit. Ik was daarom ook blij  toen de auto stopte. Met een zwierige beweging kwam ik op de rug van de vrouw terecht. Ik hoopte dat zij mij goed zou behandelen!

 

Ik had  inmiddels in de bibliotheek namelijk verhalen van andere boeken gehoord,

die tijdens hun verblijf elders niet bepaald zachtzinnig behandeld waren en met pijnlijke ezelsoren terug waren gebracht. Brrr, ik moet er niet aan denken.

Een ander boek had mij zelfs verteld, dat hij een paar maal op de grond was gesmeten, en daar hardhandig terechtgekomen was.

Het was een mooie klassiek ingerichte kamer, waar ik terecht kwam. Met vreugde ontdekte ik een grote bordeauxrode houten  boekenwand, gevuld met   honderden boeken, die er allemaal goed uitzagen. Dit was tenminste een echte boekenkast, in plaats van zo’n metalen kast waar ik in de bibliotheek in stond. Nadat ik met veel liefde uit de leren tas was gehaald, kwam ik op een met stof beklede kruk naast haar stoel te liggen.  Er lagen meer boeken, die het waarschijnlijk niet fijn vonden, dat ik bovenop hen kwam te liggen. Blijkbaar waren zij al gelezen, of waren nog bezig gelezen te worden? De avond viel, en er gebeurde niets.  Inmiddels had ik de omgeving wat verkend, en was het mij nu duidelijk waarom ik zo warm was. Ongeveer drie meter voor mij brandde een grote open haard.

De vlammen likten aan brokken hout, die met regelmaat door de vrouw vanuit een korf op het vuur werden gegooid. Het was voor mij wel even wennen om in plaats van in de boekenkast te staan, nu op een kruk naast een fraai beklede stoel te liggen.

De vrouw, Sofie genaamd, -ik had haar naam horen noemen toen zij de telefoon had opgenomen -, zat, gekleed in een fraai donkerrood  huispak in haar stoel diverse tijdschriften door te bladeren, die na te zijn gelezen in een rieten mand werden gelegd. Het was inmiddels al laat geworden  toen Sofie op diverse plaatsen lampen begon te doven.  Zou ik hier de nacht door moeten brengen?  Ook het vuur van de open haard  doofde langzaam, en het werd daardoor wat frisser in het vertrek, wat ik niet erg vond. Nadat ook de laatste lamp in de kamer gedoofd was, zag ik Sofie op mij afkomen.  Zij pakte mij van het krukje, en liep met mij onder haar arm  de kamer uit, een trap op. Ik kwam in een mooie kamer terecht, waar een keurig opgemaakt bed stond. Vervolgens werd ik op een soort van kastje gelegd dat naast het fraaie hardhouten bed stond. Een sierlijk lampje met stoffen kapje straalde een vrolijk licht uit. Vol verwachting wachtte ik met spanning de gebeurtenissen af. Ergens hoorde ik water stromen, deuren dichtslaan, en ja hoor, daar kwam Sofie de kamer weer in.

 

Een week later.

Het is inmiddels een week later. Ik lig nog steeds op het nachtkastje in de slaapkamer van Sofie, en wordt s’ ochtends niet mee naar beneden genomen.

Toch wel een eenzaam bestaan hoor. Bovendien is het overdag aan de frisse kant, vanwege het feit dat de ramen van haar weelderig uitziende slaapkamer overdag wijd open staan. Ik kijk iedere dag alweer uit naar de avond, hoewel mijn gezelschap soms heel laat boven komt. Gisteravond was het wel erg laat toen Sofie naar bed ging. Nadat zij in bed gekropen was, werden er slechts twee hoofdstukken van mij gelezen. In totaal is Sofie nu vijf  verder. Nog vijftien hoofdstukken te gaan, eer ik hier waarschijnlijk weer vandaan kom.

Ik moet opnieuw aan de bekende filosoof Emanuel Kant denken, die zich onder andere ook afvroeg: ‘Wat mag ik hopen’?  Wat ik hoop is, dat er spoedig een dag zal aanbreken, dat Sofie mij s’ ochtends mee naar beneden neemt, en ik gedurende haar afwezigheid  in de warme woonkamer mag verblijven. Soms sluipen gevoelens van heimwee naar mijn ‘Bibliotheekboek vrienden’ bij mij binnen.

Want stel dat Sofie mij binnen de vastgestelde uit leenperiode van drie weken uit gelezen heeft, dan moet ik hier dus nog twee weken in de slaapkamer blijven liggen. Na het lezen s’ avonds word ik naast haar op het bed neergelegd. Op zich niet verkeerd natuurlijk. Beter dan op het harde nachtkastje, maar toch…

 Voor de rest mag ik niet klagen. Sofie gaat zorgvuldig met mij om als een goed lezer betaamd te doen. Af en toe voel ik haar slanke warme handen over mij glijden, en na het lezen krijg ik een bladwijzer tussen mijn bladzijden geschoven.

 

Ondanks al deze privileges, bekruipt  mij het verlangen naar de warme kamer beneden, met al de keurig verzorgde boeken in de prachtige boekenwand. Nu ik hier al een week op haar slaapkamer lig, ben ik ook niet in gelegenheid om beneden rond te kijken tussen de verschillende genres boeken die daar tevreden staan pronken.

Vanaf het begin van mijn literaire bestaan, ben ik nogal leergierig ingesteld namelijk. Niet voor niets behoor ik tot het literaire genre boeken met een filosofische inslag. Mijn vrouwelijke auteur heeft uiteindelijk heel wat werk gehad om mij tot stand te laten komen. Uit de periode dat ik bezig werd om een manuscript te worden, weet ik mij nog te herinneren, dat mijn auteur belangrijke filosofen heeft geraadpleegd, die zij naast haar eigen inbreng vele malen heeft geciteerd.

Zij was vooral geïnteresseerd in de begrippen TIJD en DENKEN. Vandaar dat de titel die ik heb gekregen ook ‘De tijd en  Denken Voorbij’ is geworden.