donderdag 29 januari 2015

Avonturen van een uitleenboek Deel 5


 

 Avonturen van een uitleenboek. Deel 5. 

Vervolg vakantieperikelen.

Overdag hadden wij, de drie romans en ik, het rijk alleen in het fraaie vakantiehuis in de Achterhoek. Ik bofte dat ik op de grote tafel bij het raam lag. Vanuit mijn positie gezien, had ik een prachtig uitzicht op een weelderig aangelegd vennetje  met daarlangs een wandelpaadje  van kleine kiezelsteentjes. Blijkbaar was het vakantiehuis iets bijzonders. Regelmatig stonden er  mensen tijdens hun wandeling  even stil om het vakantiehuis te bewonderen. Soms werden er zelfs  foto’s van gemaakt. De excentrieke man, zijn vrouw en hun blonde zoontje, gingen  s’ ochtends na een uitgebreid ontbijt  wandelend  dan wel met de fiets erop uit. De avond vooraf stippelden zij vaak een natuur, maar soms ook een culturele route uit, maar s’ avonds na het avondeten krijgen wij volop aandacht. De vrouw, Siska geheten, gestoken in een fraai uitziend  beige huispak afgezet met donkerbruine biezen, nestelt  zich dan vaak met een van de romans op de mooie driezitsbank in de hoek van de woonkamer bij het raam.

Haar excentrieke echtgenoot, Jochem, had blijkbaar niet zoveel met mooie kleding. Gekleed in een bleke spijkerbroek en slobbertrui, met aan zijn voeten tot de draad versleten pantoffels, nam na de afwas plaats  aan de grote tafel bij het andere raam met uitzicht op de driezitsbank waar zijn lief zat. Jochem was meer een man van de verdieping  zo bleek mij al snel. Zijn gebruinde handen pakten mij dan vast, en las aandachtig wat er in mij was te lezen viel. Soms maakte hij  aantekeningen in een morzeling schrift  wat naast hem op de tafel lag. Tijdens het lezen spraken Jochem en Siska  weinig met elkaar. Alleen tijdens het theedrinken wisselden zij enkele woorden met elkaar. Af en toe probeerde  Jochem  bepaalde passages uit mij met haar te delen. Maar uit de reactie van haar kreeg ik de indruk, dat zij blijkbaar niet zoveel met filosofie had. Wat moest je nu met begrippen ‘Tijd en Denken’ had Siska zich luidop afgevraagd. Tijd heeft  toch alleen maar met de klok te maken en voor meerdere soorten tijd had zij blijkbaar geen belangstelling, terwijl die ander soorten van tijd nu juist zo belangrijk zijn om het leven tot een aangenaam gebeuren te laten zijn volgens Jochem, die zijn geliefde ook al niet wist te interesseren voor de fenomenen denken, waarnemen en ervaring als bron van alle kennis. Toen Jochem een laatste poging ondernam om zijn geliefde  te attenderen op het onlangs verschenen en  zeer interessante verschenen boek ‘Kairos’ van de bekende filosofe en schrijfster Joke Hermsen liet Siska hem fijntjes weten meer belangstelling voor romans  te hebben, waarna Jochem zich weer over zijn gemaakte aantekeningen boog. Het was avonds vaak tegen twaalven, eer de beide echtlieden naar bed toe gingen, maar niet nadat de vrouw bijna een fles rode wijn soldaat had gemaakt, terwijl haar excentrieke echtgenoot zich aan een aantal jonge jenevertjes tegoed had gedaan.

Het kleine blondje jongetje was blijkbaar geen lezer maar meer een knutselaar. Hij bouwde tijdens de avonden aan  hele installaties van Meccano op de vloer voor de open haard en verdween steevast om klokslag negen uur naar  bed. Nee wat de vakantie betreft had ik geen klagen gehad. Na ruim drie weken werd ik na hun terugkomst door Siska naar de Bibliotheek terug gebracht waar ik in alle rust  kon nagenieten van een prachtige vakantie in de Achterhoek.

 

Kerst

Nu, aan het einde van het jaar, met de Kerst in het vooruitzicht  vraag ik mij af of ik tijdens de feestdagen te midden van al die andere boeken  in een donkere en verlaten bibliotheek zou blijven of…toch nog uit logeren zou gaan? De  kalendertijd begon  te dringen. Vandaag was het bijzonder stil in de bieb geweest. Af en schuifelden wat mensen langs de boeken. Het waren met name de thrillers en romans die  belangstelling kregen. “Wie wilde mij, als diepzinnig en filosofisch georiënteerde boek,  tijdens de Kerstdagen nu hebben”? Net toen ik die negatieve gedachte had ontwikkeld stond ze daar. Het was nog een meisje, althans zo oogde zij. De jonge vrouw was gekleed in een donkerblauwe winterjas. Ze had een weelderig bos blond haar, gevlochten in een prachtige staart hangend over de  kraag van haar jas met over haar linker schouder een fraai uitziende leren schoudertas die nog na ‘nieuw’ rook. Haar fraai gevormde slanke handen pakte mij voorzichtig van mijn plaats en nam geen moeite om de inhoud op mijn achterkaft te lezen. Ik verdween onder haar linker  arm en werd via de uitcheck balie van de bieb naar buiten gevoerd. Na een korte wandeling kwam ik in een kleine woning terecht. In de hoek van de eenvoudige  maar gezellige ingerichte woonkamer stond een oude piano, die qua uiterlijk  zijn beste tijd wel had gehad. Met de jas nog aan, legde de jonge vrouw mij op de hoek van de piano. Toen zag ik in de andere hoek, dicht bij het raam een fraai opgetuigde kerstboom staan die zelfs een dennengeur verspreidde. Vier uit grootmoeders tijd afkomstige stoelen met in de midden een antieken tafel vulden de  knusse woonkamer. Voor de kleine ramen hingen mooie velours gordijnen. Een houtkachel deed zijn best om voor de nodige warmte te zorgen.

Vanuit mijn plaats op de oude piano had ik zicht op een gedeelte van de smalle straat. Had ik  wat liggen suffen?  Ik schrok min of meer wakker van het geluid wat uit de piano klonk. Toen zag ik  de jonge vrouw weer. Ze zat op een klein, met stof bekleed krukje, terwijl haar  vingers over de toetsen zweefden. Een zacht en dromerige melodie deed mij opnieuw bijna indutten. Tot diep in de nacht vulde de zachte pianomuziek de kleine woonkamer met de inmiddels geheel gesloten velours gordijnen. Naast mij, op het uiterste puntje van de piano  stond een half vol glas rode wijn. De volgende dag werd ik, nog steeds op de oude piano liggend, wakker en zag nog net  dat de jonge vrouw  opnieuw gekleed in haar mooie donkerblauwe winterjas, de kleine woning verliet. Zo te zien aan twee grote boodschaptassen, op weg naar de winkel om kerstinkopen te doen. Vrolijk priemden de vroege zonnestralen door de kleine ramen van de woonkamer  waardoor ik op mijn gemak eens wat rond kon kijken. Nu zag ik ook de kleine maar vooral klassiek  uitziende boekenkast bij de deur, gevuld met boeken over muziek, literatuur en reizen. Zelfs ontdekte ik filosofische werken. Buiten zag ik mensen voorbij lopen die soms stilstonden om een praatje met elkaar te maken. De woningen in de straat leken allemaal op elkaar en ademden een sfeer van nostalgie uit.  Wordt vervolgd.

woensdag 28 januari 2015

De avonturen van een uitleenboek 4


 
Vakantieperikelen.

Het is inmiddels  bijna twee maanden geleden, dat Sofie mij terug bracht naar de bibliotheek. Het was toch wel even wennen hoor. Uiteindelijk was het mijn eerste ervaring als uitleenboek. Het was een zeer aangename ervaring  die mij altijd bij zal blijven. Na ongeveer twee weken tussen mijn mede ‘biebvrienden’ te hebben gestaan, heb ik nog twee weken in een studentenhuis gelogeerd. Best wel leuk moet ik zeggen. Wel druk natuurlijk  tussen  vier studenten, bestaande uit  twee meisjes en twee jongens. In tegenstelling tot mijn verblijf bij Sofie, waar ik nog steeds met warme gevoelens aan terug denk, verhuisde ik tijdens mijn verblijf bij de studenten soms wel vier keer per dag van plaats. Soms verdween ik onder de bank  en het volgende ogenblik lag ik weer op een keukentafel tussen allerlei halflege pizzadozen. Aan belangstelling had ik geen gebrek. De vier studenten gaven mij ruimschoots aandacht door mij te ‘verslinden’. Ook maakte ik ruimschoots kennis met andere aanwezige boeken  waarvan ik de wiskundige ‘vrienden’ het ingewikkelds heb gevonden. Van hun abstracte manier van communiceren werd ik soms wel heel erg moe. Het meest interessante boek waarmee ik gesproken heb, was een geschiedenisboek over de filosofie. Na zijn verhalen mocht ik graag luisteren. Soms voelde ik mij een beetje ‘dom’. Over de inhoud van mij werd door de studenten niet zoveel gesproken. Ik kreeg de indruk, dat ik voor hen  ‘verplichte’ stof was. Ik liet het maar wat over mij heenkomen  en genoot van de vrolijke sfeer  in het grote en vooral oude huis. Bijna iedere nacht had ik een andere slaapplaats .Tweemaal heb ik onder een bed van een van de meisje gelegen wat  ik niet erg prettig vond  met al dat stoffige beddengoed boven mij. Kortom  het waren lange dagen en hele korte nachten tussen de meestal feestvierende studenten. Vaak kwamen er dan studenten uit andere delen van de stad  om vervolgens tot diep in de nacht met elkaar te praten en vooral te drinken.

Wat dat betreft was ik  blij  dat ik na die twee weken tussen de studenten te hebben gebivakkeerd weer uit kon rusten in de voor mij vertrouwde bieb. Eenmaal  daar terug te zijn gekeerd, ontdekte ik links en rechts van mij veel lege plaatsen. Het was inmiddels vakantietijd. Dat verklaarde de lege plaatsen om mij heen. Tijdens een vakantie vindt de mens blijkbaar nog tijd om te lezen. Ik geef eerlijk toe dat vakantie  niet mijn ding zo is. Ik hoef niet zo nodig met vakantie. Hoewel ik daar geen ervaring mee heb, althans tot voor kort niet, had ik  inmiddels wel verhalen van andere boeken gehoord, die niet bepaald positief waren. Brrr, ik moet er niet aan denken om meegenomen te worden naar een ver, vreemd en meestal warm land zoals bijvoorbeeld Spanje  om dan vervolgens de hele dag in de brandende zon op het strand te moeten liggen. Dat de mensen er niet bij nadenken dat het voor een boek slecht is om in de hete zon te liggen.  Weten die lui dan niet  dat het slecht voor de lijm is, en dat uitdrogen  het grootste gevaar voor een boek is? Bijna net zo erg als vocht. Tevens heb ik onlangs van een roman nog een verhaal gehoord die een lange vliegreis had gemaakt. De roman was, samen met een Thriller en een Detective, in een grote en harde koffer gepropt te midden van hand en theedoeken, mannen en dames ondergoed, maar ook tussen allerlei toiletartikelen  zoals aftershaves en au de toilet  met de meest vreselijke geuren. Na al dat ‘propwerk’ was het deksel van de koffer hardhandig gesloten  en hadden ze inclusief de vliegreis meer dan een halve dag in het stikdonker tussen alle kleding etc. ingeklemd gelegen.

Gedurende  het verblijf in die donkere maar vooral benauwde koffer  hadden de Thriller en Detective enge verhalen liggen te vertellen  waar de roman niet vrolijker maar wel angstiger van was geworden. Voordat de koffer met de boeken na een grondige controle op het vliegveld in de bagageruimte van het vliegtuig waren gekwakt, hadden ze al een misselijkmakende  autorit naar het vliegveld achter de rug. Na aankomst op de vakantiebestemming was de Roman samen met de beide andere boeken, uit de inmiddels naar toiletartikelen stinkende koffer gehaald  om vervolgens op de grond naast openstaande deuren te zijn gesmeten. De Roman had verteld  wel twee dagen nodig te hebben gehad, om een beetje bij te komen. Nee, ik hoef niet zo nodig met vakantie naar een ver en warm land. Grrr, ik moet er niet aan denken. Wat dat betreft heb ik het blijkbaar weer getroffen, wat de vakantie betreft.

Het is inmiddels een maand geleden  toen ik wat stond te suffen. Ik had niet gemerkt dat er een zeer excentriek uitziende man bij mij was gestopt. Voordat hij mij uit de stelling pakte  zag ik nog net  dat hij een klein blondje jongetje bij zich had. Nadat de  man mijn achterkaft had gelezen  verdween ik heel voorzichtig in een grote canvas boodschappentas. Tevens zag ik dat er meerdere boeken in lagen. Door het duister kon ik niet zien tot welke soort zij behoorden, maar ach dat zou ik later nog wel ontdekken. Bij de man en zijn gezin thuis aangekomen, kwam ik samen met drie andere uitleenboeken op een bed in de logeerkamer te liggen. Om mij heen lag allerlei beddengoed, toiletartikelen, kleding etc. Op dat moment moest ik even terugdenken aan het verhaal wat de Roman mij had verteld. De volgende dag werd al het beddengoed, kleding etc. in een grote koffer gedaan. Alleen wij, als boeken, kwamen in een soort draagnet terecht. Hierdoor konden we om ons heen kijken wat er gebeurde  en bleef het lekker licht om ons heen. Inmiddels  had ik gezien dat mijn mede passagiers alle drie Romans waren. Na een autorit van ongeveer twee uur, kwamen wij op een vakantiepark aan  wat tussen grote bomen verscholen lag. In alle rust en zonder enige vorm van stress werd de auto vervolgens uitgepakt. Terwijl de drie Romans op een tafeltje naast een mooie driezitsbank kwamen te liggen, werd ik door de excentriek uitziende man op de grote tafel bij het raam neergelegd. Wordt vervolgd.

zaterdag 24 januari 2015

De avonturen van een uitleenboek 3


De avonturen van een uitleenboek (3)

Bijna drie weken voorbij.

Het begint bij mij nu wel een beetje te kriebelen hoor. De drie weken van de uitleenperiode voor  Sofie zijn bijna voorbij. De vorige keer vertelde ik  dat ik graag in de warme en sfeervolle woonkamer van Sofie had willen blijven, niet ver van die prachtige boekenwand vandaan. Mijn wens is uitgekomen, want kort nadat ik daarover had verteld, ben ik niet meer op de slaapkamer van Sofie terug geweest. Op een ochtend heeft zij me mee naar beneden genomen  en vervolgens heb ik  zelfs een mooi plaatsje in de weelderige boekenkast gekregen  te midden van al die mooie boeken. Ik had nu overdag, tijdens de afwezigheid van Sofie, mooi de gelegenheid om eens wat rond te kijken en hier en daar een praatje met de andere boeken te maken. Inmiddels ben ik voorzien van wel tien blaadjes tussen mijn bladzijden.

Gisteravond legde Sofie na haar thuiskomst, nog voordat zij de keuken in ging  om eten te gaan koken, mij op een de grote tafel in de woonkamer neer, recht tegenover de prachtige boekenwand, waar ik de laatste tijd had gelegen. Ik vroeg mij af  wat daar de bedoeling van zou zijn? In plaats van op het inmiddels bekende krukje naast haar stoel gelegd te worden, was ik nu op de tafel terechtgekomen, met naast mij een groot schrijfblok  waarin zo te zien  heel wat aantekeningen  waren gemaakt. Ik kon niet goed zien wat er geschreven stond, maar wat ik wel zag was dat het om ‘Tijd’ en ‘Denken’ ging. De avond verliep dus  in tegenstelling tot  voorgaande dagen anders. Keer op keer werd ik door Sofie doorgebladerd en las zij aandachtig verschillende gedeelten, wat  zij afwisselde met het maken van aantekeningen. Rond tien uur verdween Sofie voor korte tijd naar boven en kwam even later gekleed in haar fraaie huispak,weer naar beneden om verder te gaan. Inmiddels was zij bezig met een nieuw hoofdstuk. Aan het begin van de avond was ik een beetje benauwd geweest  dat Sofie met een potlood of nog erger met pen in mij zou gaan schrijven. Ik had namelijk een poosje geleden van een ander boek uit de bieb gehoord  dat er in hem geschreven was  met het gevolg, dat hij wel een week in de werkplaats  had gelegen  om al het geschrevene weer te laten verwijderen. Wat zijn mensen soms toch vreemde wezens. Weer moest ik aan de bekende filosoof Emanuel Kant denken. “Wat is de mens”, vroeg Kant zich destijds af. Tja, goeie vraag, wat is de mens eigenlijk?  In ieder geval iemand die ‘niets kan weten, volgens  de oude Griekse filosoof Socrates.

Inmiddels ben ik er ook achtergekomen dat ‘Tijd en Denken Voorbij’  te maken heeft met het feit dat veel mensen tegenwoordig geen tijd meer hebben om echt na te denken, of liever gezegd, geen tijd meer nemen om dat te doen. Alles moet tegenwoordig vlug en gehaast. Tijd om eens lekker te luieren schijnen  mensen niet meer te hebben. Nee, dan Sofie. Ik merk gewoon aan haar hele doen en laten dat zij wel de tijd neemt. Om in plaats van s’ avonds naar de TV  kijken, schenkt zij alle aandacht aan mij. Nu ik het toch over de TV heb, wat een herrie geeft dat apparaat zeg, vreselijk. Al die flitsende beelden, het geschreeuw van mensen  en die luide muziek. Sofie had vorige week blijkbaar haar TV avond, terwijl ik naast haar op ‘mijn vertrouwde krukje’ lag. Zij had eens moeten weten, hoe afschuwelijk  ik het die avond heb gevonden.  Ik werd er gewoon onrustig van. Tegen middernacht werd die domme TV pas uitgedrukt.

 

En toen was er voor mij natuurlijk geen aandacht meer. Gelukkig mocht ik in de woonkamer blijven liggen, dat was wel fijn. Ik heb wel uren nodig gehad, om tot mezelf te komen, en om al die afschuwelijke beelden van het TV scherm kwijt te raken. Volgens mij was de nacht inmiddels halverwege toen ik eindelijk wat kon slapen. Wat een geluk  dat het bij die ene avond is gebleven. Moet er niet aan denken  dat ik het weer mee zou moeten maken, hoewel…… Stel dat ik na terugkeer in de bieb weer eens uitgeleend zou worden  en bij iemand terecht zou komen die iedere avond op de bank voor de TV zou ‘hangen’. Dat zou pas erg zijn hoor. Waarom lenen zulke mensen dan in de vredesnaam boeken, als ze toch maar wat voor de TV zitten te koekeloeren?  Aan de andere heb ik zo’n vermoeden, dat het wel wat mee zal vallen. Zou ik een thriller of een roman zijn geweest, dan was de kans vele malen groter dat ik hele avonden in de nabijheid van een ingeschakelde TV zou moeten verblijven. De lezers van boeken zoals ik  houden er meestal  toch een wat  inhoudelijk en diepzinnige levensstijl erop na.

Had ik trouwens al verteld, dat Sofie s’ avonds tijdens het lezen en werken   prachtige klassieke muziek beluistert?  Een genot om naar te luisteren hoor. Hoewel ik van muziek geen verstand heb, heb ik uit een telefoongesprek tussen Sofie en haar vriendin begrepen  dat zij graag naar ‘Bach’ luistert. Hoe het ook zij, de muziek die Sofie s’ avonds beluistert  is heel rustgevend.

De avonturen van een uitleenboek 2


De avonturen van een uitleenboek  (2)

Inmiddels waren er twee weken verstreken. Hoewel er wel enkele nieuwsgierige mensen voorbij waren gekomen, was er tot nu toe niemand  die belangstelling voor mij had getoond. Ach, ik beschouwde deze stilte maar als een welverdiende rust na al dat gereis van het ene naar het andere magazijn afgelopen tijd. Ik had uiteindelijk sinds het moment dat ik van de pers was gerold ook nog geen echte ‘vakantie’ gehad.

Toen voor mij het moment  aangebroken was dat ik inmiddels meer dan drie weken ’uitleen loos’ in de boekenstelling van de Bibliotheek had gestaan en ik aan mezelf was gaan twijfelen of ik hier ooit weer vandaan zou komen, bleef tot mijn blijde verrassing iemand ter hoogte van mij staan. Zo te zien was het een dame die, na enig heen en weer geloop, mij met haar slanke handen vastpakte en me van mijn plaats trok. Haar handen voelden warm aan toen ik omgekeerd werd, terwijl zij de tekst op de achterflap  las. Zou het dan toch echt gebeuren? Mijn beide kaften werden van elkaar gehaald, en de vrouw bladerde met een aandachtige blik door mij heen, wat bij mij een aangename siddering teweeg bracht. Nadat ik nogmaals door haar van alle zijden bekeken was, nam ze mij zowaar onder haar arm mee, op weg naar de uitleenbalie. Mijn dag kon niet meer stuk! Na het benodigde stempel te hebben ontvangen, werd ik liefdevol in een mooie, lederen schoudertas gestopt. Ik had het rijk alleen, aangezien er verder niets in de tas zat. Mijn ‘boekenhart’ begon sneller te kloppen. Waar zou ik nu terecht komen? Wie was deze vrouw en waar woonde zij?

Hoe lang zou ik bij haar mogen blijven? Opnieuw moest ik aan de woorden van de filosoof Emanuel  Kant denken, die zich destijds afvroeg: ‘Wat kan ik doen’? Nou, ik in ieder geval niks op dit moment. Ik moest maar afwachten, hetgeen niet zonder spanning  ging. Nadat de  vrouw de bibliotheek had verlaten, volgde er een korte wandeling naar een groot plein, waar haar auto geparkeerd stond. Voorzichtig legde zij de schoudertas met mij erin naast zich op de stoel in de auto. Voor mijn gevoel volgde een lange autorit. Ik was daarom ook blij  toen de auto stopte. Met een zwierige beweging kwam ik op de rug van de vrouw terecht. Ik hoopte dat zij mij goed zou behandelen!

 

Ik had  inmiddels in de bibliotheek namelijk verhalen van andere boeken gehoord,

die tijdens hun verblijf elders niet bepaald zachtzinnig behandeld waren en met pijnlijke ezelsoren terug waren gebracht. Brrr, ik moet er niet aan denken.

Een ander boek had mij zelfs verteld, dat hij een paar maal op de grond was gesmeten, en daar hardhandig terechtgekomen was.

Het was een mooie klassiek ingerichte kamer, waar ik terecht kwam. Met vreugde ontdekte ik een grote bordeauxrode houten  boekenwand, gevuld met   honderden boeken, die er allemaal goed uitzagen. Dit was tenminste een echte boekenkast, in plaats van zo’n metalen kast waar ik in de bibliotheek in stond. Nadat ik met veel liefde uit de leren tas was gehaald, kwam ik op een met stof beklede kruk naast haar stoel te liggen.  Er lagen meer boeken, die het waarschijnlijk niet fijn vonden, dat ik bovenop hen kwam te liggen. Blijkbaar waren zij al gelezen, of waren nog bezig gelezen te worden? De avond viel, en er gebeurde niets.  Inmiddels had ik de omgeving wat verkend, en was het mij nu duidelijk waarom ik zo warm was. Ongeveer drie meter voor mij brandde een grote open haard.

De vlammen likten aan brokken hout, die met regelmaat door de vrouw vanuit een korf op het vuur werden gegooid. Het was voor mij wel even wennen om in plaats van in de boekenkast te staan, nu op een kruk naast een fraai beklede stoel te liggen.

De vrouw, Sofie genaamd, -ik had haar naam horen noemen toen zij de telefoon had opgenomen -, zat, gekleed in een fraai donkerrood  huispak in haar stoel diverse tijdschriften door te bladeren, die na te zijn gelezen in een rieten mand werden gelegd. Het was inmiddels al laat geworden  toen Sofie op diverse plaatsen lampen begon te doven.  Zou ik hier de nacht door moeten brengen?  Ook het vuur van de open haard  doofde langzaam, en het werd daardoor wat frisser in het vertrek, wat ik niet erg vond. Nadat ook de laatste lamp in de kamer gedoofd was, zag ik Sofie op mij afkomen.  Zij pakte mij van het krukje, en liep met mij onder haar arm  de kamer uit, een trap op. Ik kwam in een mooie kamer terecht, waar een keurig opgemaakt bed stond. Vervolgens werd ik op een soort van kastje gelegd dat naast het fraaie hardhouten bed stond. Een sierlijk lampje met stoffen kapje straalde een vrolijk licht uit. Vol verwachting wachtte ik met spanning de gebeurtenissen af. Ergens hoorde ik water stromen, deuren dichtslaan, en ja hoor, daar kwam Sofie de kamer weer in.

 

Een week later.

Het is inmiddels een week later. Ik lig nog steeds op het nachtkastje in de slaapkamer van Sofie, en wordt s’ ochtends niet mee naar beneden genomen.

Toch wel een eenzaam bestaan hoor. Bovendien is het overdag aan de frisse kant, vanwege het feit dat de ramen van haar weelderig uitziende slaapkamer overdag wijd open staan. Ik kijk iedere dag alweer uit naar de avond, hoewel mijn gezelschap soms heel laat boven komt. Gisteravond was het wel erg laat toen Sofie naar bed ging. Nadat zij in bed gekropen was, werden er slechts twee hoofdstukken van mij gelezen. In totaal is Sofie nu vijf  verder. Nog vijftien hoofdstukken te gaan, eer ik hier waarschijnlijk weer vandaan kom.

Ik moet opnieuw aan de bekende filosoof Emanuel Kant denken, die zich onder andere ook afvroeg: ‘Wat mag ik hopen’?  Wat ik hoop is, dat er spoedig een dag zal aanbreken, dat Sofie mij s’ ochtends mee naar beneden neemt, en ik gedurende haar afwezigheid  in de warme woonkamer mag verblijven. Soms sluipen gevoelens van heimwee naar mijn ‘Bibliotheekboek vrienden’ bij mij binnen.

Want stel dat Sofie mij binnen de vastgestelde uit leenperiode van drie weken uit gelezen heeft, dan moet ik hier dus nog twee weken in de slaapkamer blijven liggen. Na het lezen s’ avonds word ik naast haar op het bed neergelegd. Op zich niet verkeerd natuurlijk. Beter dan op het harde nachtkastje, maar toch…

 Voor de rest mag ik niet klagen. Sofie gaat zorgvuldig met mij om als een goed lezer betaamd te doen. Af en toe voel ik haar slanke warme handen over mij glijden, en na het lezen krijg ik een bladwijzer tussen mijn bladzijden geschoven.

 

Ondanks al deze privileges, bekruipt  mij het verlangen naar de warme kamer beneden, met al de keurig verzorgde boeken in de prachtige boekenwand. Nu ik hier al een week op haar slaapkamer lig, ben ik ook niet in gelegenheid om beneden rond te kijken tussen de verschillende genres boeken die daar tevreden staan pronken.

Vanaf het begin van mijn literaire bestaan, ben ik nogal leergierig ingesteld namelijk. Niet voor niets behoor ik tot het literaire genre boeken met een filosofische inslag. Mijn vrouwelijke auteur heeft uiteindelijk heel wat werk gehad om mij tot stand te laten komen. Uit de periode dat ik bezig werd om een manuscript te worden, weet ik mij nog te herinneren, dat mijn auteur belangrijke filosofen heeft geraadpleegd, die zij naast haar eigen inbreng vele malen heeft geciteerd.

Zij was vooral geïnteresseerd in de begrippen TIJD en DENKEN. Vandaar dat de titel die ik heb gekregen ook ‘De tijd en  Denken Voorbij’ is geworden.

De avonturen van een uitleenboek 1


De avonturen van een uitleen boek (1)

 

Het begin.

Het is inmiddels alweer heel lang geleden, dat ik, samen met nog zeker honderden andere boeken, van de drukpersen ben gerold. Samen met de anderen boeken verbleven wij gedurende de eerste weken van ons ‘boekenbestaan’ in een groot magazijn ver van de mensenwereld verwijderd. Op een dag werd het rumoerig om ons heen. Een aantal heftrucks haalden pallets vol met boekgenoten, welke verderop in het magazijn hun plaats toegewezen hadden gekregen, van hun inmiddels veilig aandoende plaats. ‘Zou ik ze ooit weer eens terug zien’, vroeg ik mij vertwijfeld af? Ik had natuurlijk weleens om mij heen gekeken wat voor soort boeken zij waren. Aan de hand van de titels, welke zij op hun brede maar soms ook smal aandoende ruggen hadden, probeerde ik te raden waar zij over gingen. Zo lagen naast de stapel waar ik toe behoorde, romans, thrillers, maar ook non fictie. Eigenlijk had ik daar helemaal niks.

De schrijfster van mij was meer geïnteresseerd in de wijsgeer, oftewel filosofie geheten.  Ik had inmiddels bedacht, dat onze lezers en lezeressen wellicht meer tot het rustige en bezadigde publiek zouden behoren. Mensen die op zoek waren naar het diepere van de mens. Daarom had ik me toekomstige leven als rustig voortkabbelend voorgesteld. Toch verkeerde ik persoonlijk in grote onzekerheid met betrekking tot het feit, dat ik nog steeds niet wist waar ik terecht zou gaan komen? Van die gedachte werd ik soms best wat onrustig.

Zou het een boekenkast bij een geleerde, of een filosofisch geïnteresseerde worden, of in een winkel op het platteland met weinig in de filosofie geïnteresseerde inwoners ? Want laat ik wel wezen, ik ben niet voor iedere lezer geschikt. En als ik heel eerlijk mag zijn, had ik maar een grote wens, om namelijk in een bibliotheek terecht te komen. Dat zou inhouden, dat ik regelmatig op reis zou gaan, en wellicht allerlei avonturen zou gaan beleven. Als dat nu eens bewaarheid zou worden?

 

Oeps, wat gebeurde er nu in eens? Ik voelde de pallet met onze stapel mede boekgenoten trillen en schudden. We werden opgetild. Waar zouden wij naartoe gaan? Na een kort ritje door het immense magazijn, kwamen wij buiten te staan. Gelukkig was het droog. Ik had er niet aan moeten denken, dat het zou hebben geregend. Want als we aan een ding een gruwelijk hekel hebben is het wel vochtigheid. Na bijna tien minuten buiten te hebben vertoefd , werden we in een grote oplegger geladen. Aangezien de pallet waarop ook ik stond, blijkbaar als eerste zou worden ingeladen, kwamen we helemaal voor in de oplegger terecht. Al snel werd het donker, aangezien ook andere pallets na ons werden ingeladen. Nog geen half uur later werd er een groot zeil voor de opening gerold.

Oef, dat was wel even wennen hoor. Hoewel het in het magazijn ook niet altijd even licht was, was dit wel een hele overgang. Net bekomen van alle emoties hoorde ik een motor starten en kwam de truck met oplegger, in beweging.

Waar zou de reis naartoe gaan? Hoever zou het zijn, eer ik weer wat daglicht zou zien? In stilte hoopte ik, dat ik niet dagen of weken in een magazijn terecht zou komen. Ik wilde nu wel eens wat beleven, hoewel ik daarbij geen voorstelling kon maken. Ik was immers nog maar net ‘geboren’, en moest het leven als boek nog gaan ervaren.

 

 

 

Vreemde buren.

Had ik gedroomd, of was het inderdaad werkelijkheid geworden?

Na een lange reis in de oplegger was ik, samen met de andere boeken, in een veel kleinere ruimte terecht gekomen. Zo te zien leek het weer een magazijn, waar vele in stofjassen geklede mensen rondliepen. De ruimte was helder verlicht, waardoor ik goed om mij heen kon zien. Mijn overige soortgenoten die ook op de pallet hadden gelegen waren er niet meer. Ik lag inmiddels te midden van allerlei kleurig uitziende boeken, zowel dikke als dunne. Terwijl ik daar wat lag te denken, werden wij met tien tegelijk op een klein karretje gezet, en naar een klein vertrek gebracht. Vanuit mijn positie gezien, zag ik een lange tafel staan, waaraan een paar vrolijk ogende dames van middelbare leeftijd, bezig waren om de ruggen van boeken van een merkteken te voorzien. Kort daarna was ik aan de beurt. Ik voelde dat een paar warme handen mij vastpakten en mij op de zij legden. Dat was even wennen, na bijna drie weken plat op de buik te hebben gelegen. Ik werd er zelfs een beetje duizelig van. Maar goed, ik mocht niet klagen. Mijn droom was uitgekomen. Ik was in een bibliotheek terecht gekomen. Ik zou binnenkort wellicht veel gaan reizen, en allerlei avonturen gaan beleven. Dat was zeker. De dame die met haar zachte handen mij op mijn zijde had gekeerd, plakte iets op mijn rug. Ik kon niet zien wat het was, maar het voelde wel goed. Na wat heen en weer gewrijf, wat ik overigens niet onprettig vond, werd ik weer op de buik gelegd, en kwam vervolgens naast een kinderboek te liggen, dat mij vrolijk toe lachte. Hoewel ik ook een glimlach tevoorschijn probeerde te toveren, lukte het mij niet helemaal. Uiteindelijk was ik een filosofisch boek, hetgeen betekende dat ik meer van het serieuze en beschouwelijke ben. Ik moest daarbij even aan de bekende filosoof Kant denken. Een van de dingen die hij zich afvroeg was, ‘Wat kan ik weten’?  Ik hoefde over die vraag niet na te denken. Kant had gelijk, want wat kon ik nog weten terwijl ik daar op die lange tafel lag?

Niks toch? Na een hoop gedoe van heen en weer schuiven tussen allerlei andere boeken op een kleine oppervlakte had ik uiteindelijk mijn definitieve plaats gekregen in een soort van kast, zo leek het wel. Om nu van een echte boekenkast te spreken, nee. Het was meer een stelling, vervaardigd uit licht metaal.

Links en recht van mij stonden boeken welke al even ernstig keken als ikzelf. Bovendien was het wel even wennen geweest, om nu te staan, in plaats van te liggen. Maar ach, alles went, nietwaar? Ik had mij er maar mee getroost, dat ook mijn buren links en rechts van mij, hetzelfde lot beschoren was, zover er van lot gesproken kon worden. Ik mocht niet klagen, aangezien ik in een bibliotheek terecht gekomen was. Dat was duizend maal beter, dan dat ik in een stoffige boekenkast terecht zou zijn gekomen, om daar vervolgens nooit weer vandaan te komen.  Brrr, bij de gedacht alleen al, word ik weer nerveus.

(Wordt vervolgd)