De
avonturen van een uitleen boek (1)
Het begin.
Het
is inmiddels alweer heel lang geleden, dat ik, samen met nog zeker honderden
andere boeken, van de drukpersen ben gerold. Samen met de anderen boeken
verbleven wij gedurende de eerste weken van ons ‘boekenbestaan’ in een groot
magazijn ver van de mensenwereld verwijderd. Op een dag werd het rumoerig om
ons heen. Een aantal heftrucks haalden pallets vol met boekgenoten, welke
verderop in het magazijn hun plaats toegewezen hadden gekregen, van hun
inmiddels veilig aandoende plaats. ‘Zou ik ze ooit weer eens terug zien’, vroeg
ik mij vertwijfeld af? Ik had natuurlijk weleens om mij heen gekeken wat voor
soort boeken zij waren. Aan de hand van de titels, welke zij op hun brede maar
soms ook smal aandoende ruggen hadden, probeerde ik te raden waar zij over
gingen. Zo lagen naast de stapel waar ik toe behoorde, romans, thrillers, maar
ook non fictie. Eigenlijk had ik daar helemaal niks.
De
schrijfster van mij was meer geïnteresseerd in de wijsgeer, oftewel filosofie
geheten. Ik had inmiddels bedacht, dat
onze lezers en lezeressen wellicht meer tot het rustige en bezadigde publiek
zouden behoren. Mensen die op zoek waren naar het diepere van de mens. Daarom had
ik me toekomstige leven als rustig voortkabbelend voorgesteld. Toch verkeerde
ik persoonlijk in grote onzekerheid met betrekking tot het feit, dat ik nog
steeds niet wist waar ik terecht zou gaan komen? Van die gedachte werd ik soms
best wat onrustig.
Zou
het een boekenkast bij een geleerde, of een filosofisch geïnteresseerde worden,
of in een winkel op het platteland met weinig in de filosofie geïnteresseerde
inwoners ? Want laat ik wel wezen, ik ben niet voor iedere lezer geschikt. En
als ik heel eerlijk mag zijn, had ik maar een grote wens, om namelijk in een
bibliotheek terecht te komen. Dat zou inhouden, dat ik regelmatig op reis zou
gaan, en wellicht allerlei avonturen zou gaan beleven. Als dat nu eens
bewaarheid zou worden?
Oeps,
wat gebeurde er nu in eens? Ik voelde de pallet met onze stapel mede
boekgenoten trillen en schudden. We werden opgetild. Waar zouden wij naartoe
gaan? Na een kort ritje door het immense magazijn, kwamen wij buiten te staan.
Gelukkig was het droog. Ik had er niet aan moeten denken, dat het zou hebben
geregend. Want als we aan een ding een gruwelijk hekel hebben is het wel
vochtigheid. Na bijna tien minuten buiten te hebben vertoefd , werden we in een
grote oplegger geladen. Aangezien de pallet waarop ook ik stond, blijkbaar als
eerste zou worden ingeladen, kwamen we helemaal voor in de oplegger terecht. Al
snel werd het donker, aangezien ook andere pallets na ons werden ingeladen. Nog
geen half uur later werd er een groot zeil voor de opening gerold.
Oef,
dat was wel even wennen hoor. Hoewel het in het magazijn ook niet altijd even licht
was, was dit wel een hele overgang. Net bekomen van alle emoties hoorde ik een
motor starten en kwam de truck met oplegger, in beweging.
Waar
zou de reis naartoe gaan? Hoever zou het zijn, eer ik weer wat daglicht zou zien?
In stilte hoopte ik, dat ik niet dagen of weken in een magazijn terecht zou
komen. Ik wilde nu wel eens wat beleven, hoewel ik daarbij geen voorstelling
kon maken. Ik was immers nog maar net ‘geboren’, en moest het leven als boek
nog gaan ervaren.
Vreemde
buren.
Had
ik gedroomd, of was het inderdaad werkelijkheid geworden?
Na
een lange reis in de oplegger was ik, samen met de andere boeken, in een veel
kleinere ruimte terecht gekomen. Zo te zien leek het weer een magazijn, waar
vele in stofjassen geklede mensen rondliepen. De ruimte was helder verlicht,
waardoor ik goed om mij heen kon zien. Mijn overige soortgenoten die ook op de
pallet hadden gelegen waren er niet meer. Ik lag inmiddels te midden van
allerlei kleurig uitziende boeken, zowel dikke als dunne. Terwijl ik daar wat
lag te denken, werden wij met tien tegelijk op een klein karretje gezet, en
naar een klein vertrek gebracht. Vanuit mijn positie gezien, zag ik een lange
tafel staan, waaraan een paar vrolijk ogende dames van middelbare leeftijd, bezig
waren om de ruggen van boeken van een merkteken te voorzien. Kort daarna was ik
aan de beurt. Ik voelde dat een paar warme handen mij vastpakten en mij op de
zij legden. Dat was even wennen, na bijna drie weken plat op de buik te hebben
gelegen. Ik werd er zelfs een beetje duizelig van. Maar goed, ik mocht niet
klagen. Mijn droom was uitgekomen. Ik was in een bibliotheek terecht gekomen.
Ik zou binnenkort wellicht veel gaan reizen, en allerlei avonturen gaan
beleven. Dat was zeker. De dame die met haar zachte handen mij op mijn zijde
had gekeerd, plakte iets op mijn rug. Ik kon niet zien wat het was, maar het voelde
wel goed. Na wat heen en weer gewrijf, wat ik overigens niet onprettig vond,
werd ik weer op de buik gelegd, en kwam vervolgens naast een kinderboek te liggen,
dat mij vrolijk toe lachte. Hoewel ik ook een glimlach tevoorschijn probeerde te
toveren, lukte het mij niet helemaal. Uiteindelijk was ik een filosofisch boek,
hetgeen betekende dat ik meer van het serieuze en beschouwelijke ben. Ik moest
daarbij even aan de bekende filosoof Kant denken. Een van de dingen die hij
zich afvroeg was, ‘Wat kan ik weten’? Ik
hoefde over die vraag niet na te denken. Kant had gelijk, want wat kon ik nog
weten terwijl ik daar op die lange tafel lag?
Niks
toch? Na een hoop gedoe van heen en weer schuiven tussen allerlei andere boeken
op een kleine oppervlakte had ik uiteindelijk mijn definitieve plaats gekregen
in een soort van kast, zo leek het wel. Om nu van een echte boekenkast te
spreken, nee. Het was meer een stelling, vervaardigd uit licht metaal.
Links
en recht van mij stonden boeken welke al even ernstig keken als ikzelf.
Bovendien was het wel even wennen geweest, om nu te staan, in plaats van te
liggen. Maar ach, alles went, nietwaar? Ik had mij er maar mee getroost, dat
ook mijn buren links en rechts van mij, hetzelfde lot beschoren was, zover er
van lot gesproken kon worden. Ik mocht niet klagen, aangezien ik in een
bibliotheek terecht gekomen was. Dat was duizend maal beter, dan dat ik in een
stoffige boekenkast terecht zou zijn gekomen, om daar vervolgens nooit weer
vandaan te komen. Brrr, bij de gedacht alleen
al, word ik weer nerveus.
(Wordt
vervolgd)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten