zaterdag 24 januari 2015

De avonturen van een uitleenboek 1


De avonturen van een uitleen boek (1)

 

Het begin.

Het is inmiddels alweer heel lang geleden, dat ik, samen met nog zeker honderden andere boeken, van de drukpersen ben gerold. Samen met de anderen boeken verbleven wij gedurende de eerste weken van ons ‘boekenbestaan’ in een groot magazijn ver van de mensenwereld verwijderd. Op een dag werd het rumoerig om ons heen. Een aantal heftrucks haalden pallets vol met boekgenoten, welke verderop in het magazijn hun plaats toegewezen hadden gekregen, van hun inmiddels veilig aandoende plaats. ‘Zou ik ze ooit weer eens terug zien’, vroeg ik mij vertwijfeld af? Ik had natuurlijk weleens om mij heen gekeken wat voor soort boeken zij waren. Aan de hand van de titels, welke zij op hun brede maar soms ook smal aandoende ruggen hadden, probeerde ik te raden waar zij over gingen. Zo lagen naast de stapel waar ik toe behoorde, romans, thrillers, maar ook non fictie. Eigenlijk had ik daar helemaal niks.

De schrijfster van mij was meer geïnteresseerd in de wijsgeer, oftewel filosofie geheten.  Ik had inmiddels bedacht, dat onze lezers en lezeressen wellicht meer tot het rustige en bezadigde publiek zouden behoren. Mensen die op zoek waren naar het diepere van de mens. Daarom had ik me toekomstige leven als rustig voortkabbelend voorgesteld. Toch verkeerde ik persoonlijk in grote onzekerheid met betrekking tot het feit, dat ik nog steeds niet wist waar ik terecht zou gaan komen? Van die gedachte werd ik soms best wat onrustig.

Zou het een boekenkast bij een geleerde, of een filosofisch geïnteresseerde worden, of in een winkel op het platteland met weinig in de filosofie geïnteresseerde inwoners ? Want laat ik wel wezen, ik ben niet voor iedere lezer geschikt. En als ik heel eerlijk mag zijn, had ik maar een grote wens, om namelijk in een bibliotheek terecht te komen. Dat zou inhouden, dat ik regelmatig op reis zou gaan, en wellicht allerlei avonturen zou gaan beleven. Als dat nu eens bewaarheid zou worden?

 

Oeps, wat gebeurde er nu in eens? Ik voelde de pallet met onze stapel mede boekgenoten trillen en schudden. We werden opgetild. Waar zouden wij naartoe gaan? Na een kort ritje door het immense magazijn, kwamen wij buiten te staan. Gelukkig was het droog. Ik had er niet aan moeten denken, dat het zou hebben geregend. Want als we aan een ding een gruwelijk hekel hebben is het wel vochtigheid. Na bijna tien minuten buiten te hebben vertoefd , werden we in een grote oplegger geladen. Aangezien de pallet waarop ook ik stond, blijkbaar als eerste zou worden ingeladen, kwamen we helemaal voor in de oplegger terecht. Al snel werd het donker, aangezien ook andere pallets na ons werden ingeladen. Nog geen half uur later werd er een groot zeil voor de opening gerold.

Oef, dat was wel even wennen hoor. Hoewel het in het magazijn ook niet altijd even licht was, was dit wel een hele overgang. Net bekomen van alle emoties hoorde ik een motor starten en kwam de truck met oplegger, in beweging.

Waar zou de reis naartoe gaan? Hoever zou het zijn, eer ik weer wat daglicht zou zien? In stilte hoopte ik, dat ik niet dagen of weken in een magazijn terecht zou komen. Ik wilde nu wel eens wat beleven, hoewel ik daarbij geen voorstelling kon maken. Ik was immers nog maar net ‘geboren’, en moest het leven als boek nog gaan ervaren.

 

 

 

Vreemde buren.

Had ik gedroomd, of was het inderdaad werkelijkheid geworden?

Na een lange reis in de oplegger was ik, samen met de andere boeken, in een veel kleinere ruimte terecht gekomen. Zo te zien leek het weer een magazijn, waar vele in stofjassen geklede mensen rondliepen. De ruimte was helder verlicht, waardoor ik goed om mij heen kon zien. Mijn overige soortgenoten die ook op de pallet hadden gelegen waren er niet meer. Ik lag inmiddels te midden van allerlei kleurig uitziende boeken, zowel dikke als dunne. Terwijl ik daar wat lag te denken, werden wij met tien tegelijk op een klein karretje gezet, en naar een klein vertrek gebracht. Vanuit mijn positie gezien, zag ik een lange tafel staan, waaraan een paar vrolijk ogende dames van middelbare leeftijd, bezig waren om de ruggen van boeken van een merkteken te voorzien. Kort daarna was ik aan de beurt. Ik voelde dat een paar warme handen mij vastpakten en mij op de zij legden. Dat was even wennen, na bijna drie weken plat op de buik te hebben gelegen. Ik werd er zelfs een beetje duizelig van. Maar goed, ik mocht niet klagen. Mijn droom was uitgekomen. Ik was in een bibliotheek terecht gekomen. Ik zou binnenkort wellicht veel gaan reizen, en allerlei avonturen gaan beleven. Dat was zeker. De dame die met haar zachte handen mij op mijn zijde had gekeerd, plakte iets op mijn rug. Ik kon niet zien wat het was, maar het voelde wel goed. Na wat heen en weer gewrijf, wat ik overigens niet onprettig vond, werd ik weer op de buik gelegd, en kwam vervolgens naast een kinderboek te liggen, dat mij vrolijk toe lachte. Hoewel ik ook een glimlach tevoorschijn probeerde te toveren, lukte het mij niet helemaal. Uiteindelijk was ik een filosofisch boek, hetgeen betekende dat ik meer van het serieuze en beschouwelijke ben. Ik moest daarbij even aan de bekende filosoof Kant denken. Een van de dingen die hij zich afvroeg was, ‘Wat kan ik weten’?  Ik hoefde over die vraag niet na te denken. Kant had gelijk, want wat kon ik nog weten terwijl ik daar op die lange tafel lag?

Niks toch? Na een hoop gedoe van heen en weer schuiven tussen allerlei andere boeken op een kleine oppervlakte had ik uiteindelijk mijn definitieve plaats gekregen in een soort van kast, zo leek het wel. Om nu van een echte boekenkast te spreken, nee. Het was meer een stelling, vervaardigd uit licht metaal.

Links en recht van mij stonden boeken welke al even ernstig keken als ikzelf. Bovendien was het wel even wennen geweest, om nu te staan, in plaats van te liggen. Maar ach, alles went, nietwaar? Ik had mij er maar mee getroost, dat ook mijn buren links en rechts van mij, hetzelfde lot beschoren was, zover er van lot gesproken kon worden. Ik mocht niet klagen, aangezien ik in een bibliotheek terecht gekomen was. Dat was duizend maal beter, dan dat ik in een stoffige boekenkast terecht zou zijn gekomen, om daar vervolgens nooit weer vandaan te komen.  Brrr, bij de gedacht alleen al, word ik weer nerveus.

(Wordt vervolgd)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten