zaterdag 24 januari 2015

De avonturen van een uitleenboek 2


De avonturen van een uitleenboek  (2)

Inmiddels waren er twee weken verstreken. Hoewel er wel enkele nieuwsgierige mensen voorbij waren gekomen, was er tot nu toe niemand  die belangstelling voor mij had getoond. Ach, ik beschouwde deze stilte maar als een welverdiende rust na al dat gereis van het ene naar het andere magazijn afgelopen tijd. Ik had uiteindelijk sinds het moment dat ik van de pers was gerold ook nog geen echte ‘vakantie’ gehad.

Toen voor mij het moment  aangebroken was dat ik inmiddels meer dan drie weken ’uitleen loos’ in de boekenstelling van de Bibliotheek had gestaan en ik aan mezelf was gaan twijfelen of ik hier ooit weer vandaan zou komen, bleef tot mijn blijde verrassing iemand ter hoogte van mij staan. Zo te zien was het een dame die, na enig heen en weer geloop, mij met haar slanke handen vastpakte en me van mijn plaats trok. Haar handen voelden warm aan toen ik omgekeerd werd, terwijl zij de tekst op de achterflap  las. Zou het dan toch echt gebeuren? Mijn beide kaften werden van elkaar gehaald, en de vrouw bladerde met een aandachtige blik door mij heen, wat bij mij een aangename siddering teweeg bracht. Nadat ik nogmaals door haar van alle zijden bekeken was, nam ze mij zowaar onder haar arm mee, op weg naar de uitleenbalie. Mijn dag kon niet meer stuk! Na het benodigde stempel te hebben ontvangen, werd ik liefdevol in een mooie, lederen schoudertas gestopt. Ik had het rijk alleen, aangezien er verder niets in de tas zat. Mijn ‘boekenhart’ begon sneller te kloppen. Waar zou ik nu terecht komen? Wie was deze vrouw en waar woonde zij?

Hoe lang zou ik bij haar mogen blijven? Opnieuw moest ik aan de woorden van de filosoof Emanuel  Kant denken, die zich destijds afvroeg: ‘Wat kan ik doen’? Nou, ik in ieder geval niks op dit moment. Ik moest maar afwachten, hetgeen niet zonder spanning  ging. Nadat de  vrouw de bibliotheek had verlaten, volgde er een korte wandeling naar een groot plein, waar haar auto geparkeerd stond. Voorzichtig legde zij de schoudertas met mij erin naast zich op de stoel in de auto. Voor mijn gevoel volgde een lange autorit. Ik was daarom ook blij  toen de auto stopte. Met een zwierige beweging kwam ik op de rug van de vrouw terecht. Ik hoopte dat zij mij goed zou behandelen!

 

Ik had  inmiddels in de bibliotheek namelijk verhalen van andere boeken gehoord,

die tijdens hun verblijf elders niet bepaald zachtzinnig behandeld waren en met pijnlijke ezelsoren terug waren gebracht. Brrr, ik moet er niet aan denken.

Een ander boek had mij zelfs verteld, dat hij een paar maal op de grond was gesmeten, en daar hardhandig terechtgekomen was.

Het was een mooie klassiek ingerichte kamer, waar ik terecht kwam. Met vreugde ontdekte ik een grote bordeauxrode houten  boekenwand, gevuld met   honderden boeken, die er allemaal goed uitzagen. Dit was tenminste een echte boekenkast, in plaats van zo’n metalen kast waar ik in de bibliotheek in stond. Nadat ik met veel liefde uit de leren tas was gehaald, kwam ik op een met stof beklede kruk naast haar stoel te liggen.  Er lagen meer boeken, die het waarschijnlijk niet fijn vonden, dat ik bovenop hen kwam te liggen. Blijkbaar waren zij al gelezen, of waren nog bezig gelezen te worden? De avond viel, en er gebeurde niets.  Inmiddels had ik de omgeving wat verkend, en was het mij nu duidelijk waarom ik zo warm was. Ongeveer drie meter voor mij brandde een grote open haard.

De vlammen likten aan brokken hout, die met regelmaat door de vrouw vanuit een korf op het vuur werden gegooid. Het was voor mij wel even wennen om in plaats van in de boekenkast te staan, nu op een kruk naast een fraai beklede stoel te liggen.

De vrouw, Sofie genaamd, -ik had haar naam horen noemen toen zij de telefoon had opgenomen -, zat, gekleed in een fraai donkerrood  huispak in haar stoel diverse tijdschriften door te bladeren, die na te zijn gelezen in een rieten mand werden gelegd. Het was inmiddels al laat geworden  toen Sofie op diverse plaatsen lampen begon te doven.  Zou ik hier de nacht door moeten brengen?  Ook het vuur van de open haard  doofde langzaam, en het werd daardoor wat frisser in het vertrek, wat ik niet erg vond. Nadat ook de laatste lamp in de kamer gedoofd was, zag ik Sofie op mij afkomen.  Zij pakte mij van het krukje, en liep met mij onder haar arm  de kamer uit, een trap op. Ik kwam in een mooie kamer terecht, waar een keurig opgemaakt bed stond. Vervolgens werd ik op een soort van kastje gelegd dat naast het fraaie hardhouten bed stond. Een sierlijk lampje met stoffen kapje straalde een vrolijk licht uit. Vol verwachting wachtte ik met spanning de gebeurtenissen af. Ergens hoorde ik water stromen, deuren dichtslaan, en ja hoor, daar kwam Sofie de kamer weer in.

 

Een week later.

Het is inmiddels een week later. Ik lig nog steeds op het nachtkastje in de slaapkamer van Sofie, en wordt s’ ochtends niet mee naar beneden genomen.

Toch wel een eenzaam bestaan hoor. Bovendien is het overdag aan de frisse kant, vanwege het feit dat de ramen van haar weelderig uitziende slaapkamer overdag wijd open staan. Ik kijk iedere dag alweer uit naar de avond, hoewel mijn gezelschap soms heel laat boven komt. Gisteravond was het wel erg laat toen Sofie naar bed ging. Nadat zij in bed gekropen was, werden er slechts twee hoofdstukken van mij gelezen. In totaal is Sofie nu vijf  verder. Nog vijftien hoofdstukken te gaan, eer ik hier waarschijnlijk weer vandaan kom.

Ik moet opnieuw aan de bekende filosoof Emanuel Kant denken, die zich onder andere ook afvroeg: ‘Wat mag ik hopen’?  Wat ik hoop is, dat er spoedig een dag zal aanbreken, dat Sofie mij s’ ochtends mee naar beneden neemt, en ik gedurende haar afwezigheid  in de warme woonkamer mag verblijven. Soms sluipen gevoelens van heimwee naar mijn ‘Bibliotheekboek vrienden’ bij mij binnen.

Want stel dat Sofie mij binnen de vastgestelde uit leenperiode van drie weken uit gelezen heeft, dan moet ik hier dus nog twee weken in de slaapkamer blijven liggen. Na het lezen s’ avonds word ik naast haar op het bed neergelegd. Op zich niet verkeerd natuurlijk. Beter dan op het harde nachtkastje, maar toch…

 Voor de rest mag ik niet klagen. Sofie gaat zorgvuldig met mij om als een goed lezer betaamd te doen. Af en toe voel ik haar slanke warme handen over mij glijden, en na het lezen krijg ik een bladwijzer tussen mijn bladzijden geschoven.

 

Ondanks al deze privileges, bekruipt  mij het verlangen naar de warme kamer beneden, met al de keurig verzorgde boeken in de prachtige boekenwand. Nu ik hier al een week op haar slaapkamer lig, ben ik ook niet in gelegenheid om beneden rond te kijken tussen de verschillende genres boeken die daar tevreden staan pronken.

Vanaf het begin van mijn literaire bestaan, ben ik nogal leergierig ingesteld namelijk. Niet voor niets behoor ik tot het literaire genre boeken met een filosofische inslag. Mijn vrouwelijke auteur heeft uiteindelijk heel wat werk gehad om mij tot stand te laten komen. Uit de periode dat ik bezig werd om een manuscript te worden, weet ik mij nog te herinneren, dat mijn auteur belangrijke filosofen heeft geraadpleegd, die zij naast haar eigen inbreng vele malen heeft geciteerd.

Zij was vooral geïnteresseerd in de begrippen TIJD en DENKEN. Vandaar dat de titel die ik heb gekregen ook ‘De tijd en  Denken Voorbij’ is geworden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten